-
Uit een hoge toren: symbolisme in de Nederlandse poëzie rond 1900
Poëzie was voor de symbolist geen uitdrukking van de eigen gevoelens. In plaats daarvan moest het gedicht voeren tot het hogere of ‘het schone’, bijvoorbeeld door symbolen of door het taalgebruik.
-
Een dolgedraaide wereld: modernisme in het proza
De moderne wereld bleek een chaotisch en ongrijpbaar geheel. Aan de schrijvers de taak om in ieder geval op
papier een eenheid te smeden van de brokken. We kijken mee met de gedachten van de hoofdpersoon - vaak een twijfelaar.
-
De grootste malligheid: historische avant-garde
De poëzie moest de straat op, vonden de avant-gardisten. Zij braken met de traditie en zouden het liefst de kunst helemaal hebben afgeschaft.
-
Dynamiet of diamant? Expressionisme en de ‘nieuwe mens’
Poëzie moest de mensheid redden en de dichter is als een priester. De expressionisten konden deze hoogdravende idealen niet lang volhouden: er kwam kritiek van binnenuit.
-
Het versplinterde ik: modernisme in de poezie
Net als in de romans hebben modernistische gedichten ook vertwijfelde hoofdpersonen. Kan taal de wereld wel weergeven? Of staat het gedicht helemaal op zichzelf? Hoewel de vorm traditioneel kon zijn, waren die vragen nieuw.
-
Liever vent dan vorm: Forum
Niet de vorm, maar de vent moest voorop staan. Ter Braak en Du Perron, redacteuren van Forum, pleitten voor literatuur waar een persoonlijkheid uit sprak. Daarvoor bleek democratie een voorwaarde.
-
De oorlog als thema en als breuk: WO II in de literatuur
Niet alleen in dagboeken als dat van Anne Frank, maar ook in fictie speelt WO II een enorme rol. Op die manier wordt het verleden begrepen, bewaard en vormgegeven. Ook poëzie werd door de oorlog beïnvloed: zij mocht niet meer alleen maar mooi zijn.
-
Voorbij en niet voorbij - Indië in de Nederlandse letteren
Het verloren paradijs - zo werd Indië door velen herinnerd na het einde van de koloniale tijd. In naoorlogse romans wordt vol heimwee teruggekeken op een Indische jeugd, maar worden ook vragen gesteld over de uitbuiting van de voormalige kolonie.
-
Cynisch en landerig: de roman na de oorlog
In plaats van de opbeurende boeken waar de kritiek op zat te wachten, verschenen er ontluisterende romans na de oorlog. De hoofdpersonen daarin geloven nergens meer in, hebben geen belangstelling voor kunst of wetenschap, en zijn geobsedeerd door lichamelijk verval.
-
Alles moest anders: experiment en spontaniteit in de poëzie van Vijftig
Een nieuwe generatie dichters. Voor hen is het spontane proces van het dichten belangrijker dan het product. Hun gedichten zien er dan ook heel anders uit dan men gewend is.
-
Wat is kunst? Poëzie van de Zestigers
Alles kan poëzie zijn, als je het maar zo noemt. Door een gebruiksaanwijzing of een schaakdiagram in een literair tijdschrift te zetten, riepen de Zestigers vragen op over de grenzen van de kunst.
-
Anekdotiek versus autonomie: de poëzie van 1970-1980
Gedichten kunnen de buitenwereld beschrijven, of zij kunnen ‘autonoom’ zijn. Dan gaan ze vooral over de taal en de poëzie zelf. Ook een tussenweg is natuurlijk mogelijk. Dan beschrijft poëzie wel degelijk de realiteit, zonder de taligheid (de vorm) uit het oog te verliezen.
-
Huiskamerproza versus het postmodernisme: proza 1970-1990
Het ‘huiskamerproza’ was heel herkenbaar. Daarnaast werden er postmoderne romans geschreven die juist sterk onrealistisch waren. De schrijvers willen laten zien dat wij alles in de wereld zelf hebben bedacht. Hun boeken en de personages daarin zijn dan ook nadrukkelijk onecht. En ze verwijzen liever naar weer andere boeken dan naar de realiteit.
-
Alles is tekst: twee soorten postmodernisme
Steeds weer waren er kunstenaars die wilden afrekenen met hoge kunst. Omdat alles al een keer gezegd is, hoef je niet te proberen origineel te zijn. De tekst bestaat immers uit citaten van anderen. Daarom wordt de lezer net zo belangrijk als de schrijver zelf.
-
Terug naar de wereld: proza 1990-2009
In romans van de laatste jaren speelt de buitenwereld weer een rol. Maar of het nu gaat over terrorisme,
dierenleed of oorlog, een duidelijke moraal wordt niet gegeven. Daarvoor zijn er teveel gezichtspunten. Tegelijk gaat het om de vraag wat het betekent om in een roman over zulke zaken te schrijven.
-
Oude en nieuwe Nederlanders: immigrantenliteratuur
Er komen steeds meer Nederlandstalige schrijvers die niet in Nederland of Vlaanderen geboren zijn. Of wier ouders hier niet geboren zijn. In hun werk kan het gaan over wat ‘thuis’ dan nog betekent. Of over identiteit: wordt die bepaald door je afkomst, of door de cultuur waarin je woont?
-
Giphart en Van Royen: literatuur en massacultuur
Literatuur heeft het moeilijk. Zij moet meer dan vroeger concurreren met massacultuur als televisie. Uitgevers leggen daarom steeds meer nadruk op de commerciële kant van hun vak: boeken moeten nu eenmaal verkocht worden. Niet alle schrijvers verzetten zich tegen die commercialisering.