literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen Literatuurgeschiedenis.nl: Servaaslegende
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Servaaslegende
Hendrik van Veldeke, 1170-1180, Maastricht

De Servaaslegende van Hendrik van Veldeke is een opeenstapeling van wonderbaarlijke zaken. Althans zo kijken wij, nuchtere een-en-twintigste-eeuwers, tegen de verhaalde gebeurtenissen aan. Wij nemen die beschrijvingen met een korrel zout, maar in de Middeleeuwen werden heiligenlevens onvoorwaardelijk voor waar gehouden, zeker wanneer deze op een Latijnse voorbeeld waren gebaseerd. Hendrik van Veldeke kon zich beroepen op een Latijnse bron, de Vita Sancti Servatii (Het leven van Sint Servaas), die beschikbaar werd gesteld door ene Hessel, koster-bibliothecaris van de Servaaskerk in Maastricht.

De Servaaslegende is een vertaling-in-verzen van een Latijnse prozatekst. Veldeke maakte deze vertaling op verzoek van Agnes, echtgenote van de graaf van Loon. Zo'n opdracht betekent in feite dat de gravin de auteur in staat stelde zijn werk te doen: ze gaf hem kost en inwoning, zorgde voor schrijfbenodigdheden en gaf hem wellicht ook nog een extra beloning (in geld of in natura: bijvoorbeeld kleren of wijn).

De Servaaslegende bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt beschreven hoe Servaas, een achterachterneef van Jezus, door God als bisschop naar Tongeren wordt gezonden. Omdat de Hunnen West-Europa onder de voet dreigen te lopen, wordt Servaas naar Rome gezonden in een laatste poging het onheil af te wenden. In een visioen ziet Servaas Petrus verschijnen die hem meedeelt dat Tongeren ten onder zal gaan. Na zijn terugkeer vertrekt Servaas naar Maastricht waar hij zijn laatste adem uitblaast.

In het tweede deel doet Veldeke eerst uit de doeken welke puinhopen de Hunnen aanrichtten. Vervolgens beschrijft hij een groot aantal wonderen die God ter ere van Servaas heeft laten plaatsvinden. Een van die wonderen is het volgende.

Koning Karel is ten strijde getrokken tegen de heidenen. Op zeker moment worden zijn troepen door een vijandelijke overmacht in het nauw gedreven. Maar gelukkig staat God hem bij: op de feestdag van Sint Servaas [13 mei] behaalt koning Karel een eclatante overwinning. Fragment uit Servaaslegende 2, vs. 608-641.
Doen coninck Karle ende sijne man
den seghe dae alsoe ghewan
- daer hem God dede ghenade -
doen waert hij des te rade
dat hij sijne boden sande
in Vranckrijke tot sijnen lande.
Doe hem God loeste uuter noet
den busscoppen hijt ontboet
clercken ende gheleerden,
abden ende bekeerden.
Mit goeden trouwen hij dat dede
ende bat hon mit soeter bede,
den heren van Vranckrike,
ende ontboet hon vriendelike
wie dat heme erganghen was,
datten God ende Sinte Servaes
uuter sorghen verloeste
ende ghenadeliken trooste.
Hij ontboet hon sijne holde
op dat hon God gheven wolde
ter zielen dat ewich liecht,
dat sij voeren te Triecht
ende Sinte Servaes den werden
verhieuen uuter eerden
ende hoechden ende eerden
ende sijnen loff vermeerden,
want hoem die eer wale betam
ende hij heme te hulpen quam
doen hoem des noet was;
want hem der goede Sinte Servaes
uuter sorghen verloeste
wijseliken hijt bedachte.
Dat Karle gheboden hadde soe
des waren die keersten voele vroe.
Zodra koning Karel en zijn mannen
daar dankzij Gods genade
de zege hadden behaald,
besloot hij
boodschappers te sturen
naar zijn land, Frankrijk.
Toen God hem uit de nood had gered,
liet hij bisschoppen,
klerken, geleerden, abten
en kloosterlingen bijeenroepen.
Oprecht vertelde hij
de Franse heren
in vriendelijke bewoordingen
hoe het hem vergaan was
en hoe God en Sint Servaas
hem genadevol
te hulp waren gekomen
en uit de nood hadden verlost.
Hij beval hen in Gods genade aan
- opdat Hij hun zielen
het eeuwige licht wilde geven -
en riep hen op naar Maastricht te gaan
teneinde de dierbare Sint Servaas
te diens eer en glorie
en ter vermeerdering
van diens roem te verheffen;
Servaas kwam die eer waarlijk toe,
omdat hij Karel te hulp was geschoten
toen dat noodzakelijk was.
Omdat de goede Sint Servaas
hem van zijn zorgen had verlost,
kwam hij op dat verstandige idee.
De gelovigen waren zeer verheugd
over Karels opdracht.

Het wonder dat God hier laat plaatsvinden, dient om de patroonheilige van Maastricht in het zonnetje te zetten. De dankbare koning zal zich daarna alle mogelijke moeite getroosten om Servaas te danken. Maar welke koning Karel Veldeke op het oog had, is niet duidelijk. Wellicht doelde hij op Karel Martel. In 732 versloeg hij de Saracenen, die naar het noorden waren opgerukt, verpletterend bij Poitiers. Later in het verhaal is opnieuw sprake van een Karel: na diens dood zien de Vikingen hun kans schoon moordend en plunderend door West-Europa te trekken. Hier gaat het om Karel de Grote (768-814). In dat geval hebben we te maken met epische concentratie: allerlei verhalen worden aan één beroemdheid toegeschreven. Kort voor Veldeke zijn legende schreef, was Karel de Grote in Aken officieus heilig verklaard (in 1165). Dit gebeurde op instigatie van keizer Frederik Barbarossa. Veldeke vertelt het verhaal van de wonderbaarlijke overwinning en laat op die manier zien dat Karel de Grote ooit eens is geholpen door Servaas. Misschien wilde hij duidelijk maken dat Servaas belangrijker was dan de keizer.

Verder lezen
Terwijl Servaas ligt te slapen, schermt een engel hem af van de zon. Miniatuur in een Franse bijbel uit circa 1200.