literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen Literatuurgeschiedenis.nl: Ferguut
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Ferguut
auteur onbekend, ca. 1250, Vlaanderen

Op een ochtend ziet de boerenzoon Ferguut angstig weggedoken achter de ploeg van zijn vader een gezelschap ridders langstrekken. Diep onder de indruk besluit hij om ook ridder te worden. In een roestige wapenrusting meldt hij zich bij het hof van Artur waar hij tot ridder wordt geslagen. Hij voelt zich nu wel een ridder maar van binnen is hij nog steeds een boer. De eeuwig spottende Keye laat het niet na hem daarop te wijzen. Boos verlaat Ferguut het hof om Arturs rijk rond te trekken en zichzelf te bewijzen. Op zijn lange tocht verovert hij een wit schild, zijn bijnaam is daarom ook wel ‘de ridder met het witte schild’, en verslaat hij vele tegenstanders. Ook wint hij het hart van een mooie jonkvrouw, Galiene genaamd. Aanvankelijk is hun relatie een fiasco. Smalend wijst Ferguut haar liefde af. Later realiseert hij zich dat hij zich onbehoorlijk heeft gedragen en zet hij alles op alles om haar hart terug te winnen. Het hoogtepunt van deze ‘liefdesstrijd’ is de slotscène van het verhaal waarin Ferguut bijna alle ridders van koning Artur verslaat. Galiene stond erbij, keek ernaar en was diep onder de indruk. En dat gevoel blijkt wederzijds. Elc en haette anderen niet sere, merkt de schrijver met gevoel voor understatement op: ze vonden elkaar niet bepaald onaardig. Ferguuts tocht is nu ten einde: hij is nu een volwaardig ridder en gaat door het leven met een stralende jonkvrouw aan zijn zijde.

Galiene bezoekt Ferguut en verklaart hem haar liefde (vss. 1470-1499).
‘Segt mi, wat soekdi hier nu?’
Galiene sprac: ‘Ic come hier tu
Lief, u minne heft mi ghevaen;
Ghine troest mi, si sal mi verslaen,
U minne doet mi groten toren.
Al mine herte hebbic verloren
Die hier tote u quam gevaren.
Waer es soe, lief? Wijstmi, caren,
Geef mi mijn herte, soe doedi wel.’
Ferguut sprac: ‘Houdi u spel
Joncfrouwe? in sach u herte nie.
Sine quam hier niet; in segt bedie
Haddicse, ic en gavese u niet;
Ic ensachse nie, joncfrouwe, vliet!’
‘Ay! her ridder, en secges nemmeer:
Ghi hebt mijn herte, gi doet mi seer.
Ghi hebter qualijc omme gesien
Dat gi mi wech hetet vlien;
Si es tuwen dienste lude en stille.
Ghi moget met mi doen uwen wille.
Ic en werde nemmer bliede
Sonder u in enegen tide;
Om u ben in in groter noet.
Ghi hebt mijn leven ende mijn doet.’
Al lachende sprac Ferguut:
‘Joncfrouwe, omme ander dinc ben ic uut
Dan omme dusdane saken, comen:
Ene battaelgie hebbic genomen
Die ic emmer voldoen moet.’
‘Zeg me, wat zoekt u hier?’
Galiene sprak: ‘Ik ben hier gekomen,
schat, omdat uw liefde me heeft bevangen.
Als u me niet troost dan zal ze me doden,
want ze doet me veel verdriet.
Ik heb mijn hele hart verloren
en het is uw kant op gegaan.
Waar is het, geliefde? Wijs me het aan, vriend:
u doet er goed aan mijn hart terug te geven.’
Ferguut sprak: ‘Speelt u een spelletje met me
jonkvrouw? Ik heb uw hart niet gezien.
Het is hier niet. Ik bedoel, als
ik uw hart had, dan gaf ik het graag terug,
maar ik heb het niet gezien. Verdwijn dus!’
‘Ach, heer ridder, doe niet zo flauw,
u heeft mijn hart en u doet me pijn.
U heeft nauwelijks gezocht,
omdat u mij snel weg wil sturen,
terwijl mijn hart voor u is bestemd, voor altijd.
U mag met me doen wat u wil.
Zonder u zal ik
nooit meer vrolijk zijn.
U heeft me in grote problemen gebracht:
u hebt mijn leven en mijn dood in handen.’
Lachend sprak Ferguut:
‘Jonkvrouw, ik ben met heel andere
dingen bezig! Ik heb de taak
op mij genomen om te vechten.
En die taak moet ik volbrengen.’

De Roman van Ferguut is een Arturroman, een verhaal dat zich afspeelt in het rijk van koning Artur. Tijdens de Middeleeuwen zijn er vele Arturromans geschreven in de Nederlanden. De meeste zijn vertaald uit het Frans. Dat is ook het geval met de Ferguut: hij gaat terug op een Frans origineel, de Fergus, rond 1200 geschreven door de dichter Guillaume.

De ‘uitvinder’ van de Arturroman is Chrétien de Troyes. Hij schreef tussen 1170 en 1190 vijf berijmde ridderverhalen in de Franse taal. Chrétiens verhalen worden ‘romans’ genoemd, wat letterlijk ‘Romaans’ betekent, ofwel ‘Frans’. Kenmerkend voor Chrétiens verhalen is de verweving van verschillende verhaallijnen. Deze techniek, die entrelacement wordt genoemd (en die nog altijd met veel succes in soapseries wordt toegepast), zorgt ervoor dat de lezer of toehoorder tegelijkertijd de avonturen van verschillende personages kan volgen. Dit idee van Chrétien was nieuw en vond navolging in vele volkstalen, waaronder het Nederlands, Duits, Engels en zelfs het Hebreeuws. Ook in de Roman van Ferguut wordt deze verteltechniek toegepast. We lezen hoe de verslagen tegenstanders van Ferguut aan het hof verschijnen, terwijl we ondertussen ook vernemen hoe het Ferguut zelf vergaat.

Hoewel er in het verhaal veel wordt gevochten, is de Ferguut méér dan een vermakelijke aaneenschakeling van gevechten. Het is tevens het verslag van een leerproces. De tekst vertelt namelijk hoe een arme boerenzoon in een hoofse ridder verandert. Deze metamorfose gaat echter niet zonder slag of stoot. Ferguut moet leren hoe hij zich als ridder dient te gedragen. Arturs rijk, waar iedereen een zwaard lijkt te dragen, blijkt een harde leermeester. Het thema van een ongemanierde jongeman die uiteindelijk verandert in een goede ridder, komt ook in een andere Arturroman voor. De Perchevael verhaalt van een jongeman die zo nobel zal blijken dat hij is uitverkoren om de heilige graal te vinden.

Verder lezen
Artur en zijn tafelronde hebben ook lang na de Middeleeuwen hun aantrekkingskracht behouden. In zeer romantische schilderijen zijn allerlei scènes uitgebeeld. Hier zien we de mooie genadeloze dame (La Belle Dame Sans Merci), omstreeks 1902 geschilderd door Sir Frank Dicksee.
FOKKE ende SUKKE