literatuurgeschiedenis.nl | de achttiende eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    

Toneel was er in soorten en maten. Voor het vermaak waren er kluchten, blijspelen en spektakelstukken met veel kunst- en vliegwerk. Voor het serieuze werk was er het ernstige treurspel: religieuze stukken in de Zuidelijke Nederlanden en Frans-classicistisch toneel met klassieke helden of vorsten in de noordelijke Republiek. In de tweede helft van de achttiende eeuw veranderde dat. Er kwamen steeds meer treurspelen met gewone burgers in de hoofdrol.

Vernieuwing op het toneel
Hoe vorsten en bijbelse personen op het podium plaats maken voor gewone burgers. Het classicistische toneel wordt aangepast aan de eigen tijd.

Er waren heel weinig theaters in de achttiende eeuw. Schouwburgen waren nog niet de deftige kunsttempels die het later geworden zijn. Het publiek was luidruchtig, dronk alcohol, kraakte noten, pelde sinaasappels, floot op zijn vingers en leverde hardop commentaar op de scènes. Het meeste toneel werd buiten de theaters gespeeld, in herbergen of op jaarmarkten en kermissen. Rondtrekkende toneelgezelschappen traden er op in tenten.

In de Zuidelijke Nederlanden deden bovendien veel amateurs, vooral jongeren, zélf aan toneel. Er waren ‘compagnies’, particuliere toneelgezelschappen, en bijna elke stad of elk dorp had wel een rederijkerskamer die stukken schreef, bewerkte en opvoerde. Bovendien was er het populaire ‘schooltoneel’, opgevoerd in het Latijn door scholieren van rooms-katholieke jezuïetenscholen. Programmaboekjes laten zien dat het altijd om religieuze stukken ging, meestal bloedige, katholieke martelaarsdrama’s.

In de calvinistische Noordelijke Nederlanden was het juist verboden om religieuze stukken op te voeren. Daar was de druk van de protestantse kerk, die het toneel als zedenbedervend zag, enorm groot. Op zondagen en christelijke feestdagen werd bijvoorbeeld nooit gespeeld. En de meest prestigieuze schouwburg van het land, die van Amsterdam, programmeerde bij voorkeur Frans-classicistische stukken. Ook daarin mochten geen godsdienstige of politieke onderwerpen worden behandeld. Dat zou maar leiden tot discussies en geruzie. Het gevolg van dit strenge toneelklimaat was dat er weinig oorspronkelijke toneelstukken werden geschreven tussen 1730 en 1760.

Daarin kwam verandering met de opkomst van het zogenaamde burgerlijke treurspel. Burgerlijke treurspelen gingen niet meer over Bijbelse en klassieke helden als David of Achilles, maar over het leed van gewone burgers in moderne, verlichte tijden. Daarmee kon het publiek zich beter identificeren. Een van de eerste oorspronkelijke, burgerlijke treurspelen in het Nederlands ging over een onderwerp dat in heel Europa de gemoederen in beweging bracht: religieuze tolerantie. De dood van Calas (1767), geschreven door het Leidse dichtgenootschap ‘Kunst wordt door arbeid verkreegen’, is een stuk over de Franse protestant Calas die er in het katholieke Frankrijk in 1761 ten onrechte van werd beschuldigd zijn zoon te hebben vermoord. Hij kreeg een oneerlijk proces en werd geradbraakt. De Franse filosoof Voltaire veroordeelde de zaak scherp in zijn Traité sur la tolérance (1762). Het Leidse genootschap verdiepte zich in de zaak, correspondeerde met de weduwe van Calas, droeg het stuk aan haar en de kinderen op en hoopte, net als Voltaire, het Nederlandse publiek te overtuigen van het belang van tolerantie.

Ook de burgerlijke drama’s die volgden, meestal vertaald uit het Duits of Frans, bevatten altijd een les waaruit men kon leren hoe men een beter, verlichter mens kon worden. Ze gingen bijvoorbeeld over deugden als menslievendheid, sociale gelijkheid, redelijkheid en de liefde tussen ouders en kinderen. Deze stukken werden erg populair. Een van de belangrijkste propagandisten van dit nieuwe toneel was de predikant Cornelis van Engelen, die in zijn populaire reeks Spectatoriaale schouwburg (1775-1791) maar liefst negenenvijftig vertaalde stukken verzamelde.

Verder lezen
Op kermissen werd altijd toneel gespeeld .
Portret van Voltaire, groot voorvechter van tolerantie en vernieuwer van het toneel in Frankrijk, door Nicolas de Largillière, 1718 .