literatuurgeschiedenis.nl | de negentiende eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Hendrik Conscience
Antwerpen 1812 - Antwerpen 1883

Hij leerde zijn volk lezen. Dat is de meest gehoorde uitspraak over Hendrik Conscience. Die moet natuurlijk niet letterlijk genomen worden. Conscience was geen leraar, maar een schrijver die zich bewoog in de artistieke milieus van zijn tijd. Het volk dat hij zou hebben leren lezen is het Vlaamse. Het werk van Conscience had op dat volk inderdaad bijzonder veel invloed.

Toen Hendrik Conscience geboren werd in 1812 bestond ‘zijn volk’ nog niet. België bestond namelijk nog niet, want dat zou zich pas na de revolutie van 1830 van Nederland afscheiden. En ook Vlaanderen niet, want de Vlamingen moesten er zich zelfs in een onafhankelijk België nog van bewust worden dat ook hun moedertaal een volwaardige taal was en dat ze een eigen cultuur hadden binnen het nieuwe land België, waarin het Frans de dominante taal was. Conscience zou in die Vlaamse emancipatiestrijd met zijn werk een van de belangrijkste rollen spelen. Maar dat alles was nog niet aan de orde toen hij geboren werd. Zijn moeder kwam uit de Kempen, zijn vader was een Fransman. Terwijl hij in zijn jeugd vaak ziek was, leerde Hendrik zichzelf plantkunde, natuurwetenschappen en geneeskunde. En ook Nederlands.

Het was in die taal dat hij begon te schrijven. In 1830 vocht hij nog mee als Belgische strijder tegen de troepen van de Nederlandse koning Willem I. In de jaren van onafhankelijkheid erna werd hij een van de figuren van de artiestenbohème in Antwerpen. Zijn eerste werken werden echter slecht ontvangen. Conscience kon er niet van leven en moest een ander inkomen zoeken. Zoals veel schrijvers uit zijn tijd, vond hij dat – samen met genoeg tijd om te blijven schrijven – door in dienst te gaan bij de overheid. Conscience werd griffier bij de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, schreef een Geschiedenis van België (1845) in opdracht van de overheid, werd arrondissementscommissaris in Kortrijk en ten slotte aan het eind van zijn leven conservator van het Wiertzmuseum in Elsene.

De vroege werken, die Conscience niet veel opbrachten, waren een bundel poëzie en proza, in 1837 gevolgd door zijn eerste historische roman, In ’t Wonderjaer, en een jaar later door De Leeuw van Vlaenderen, of de Slag der Gulden Sporen. Dat laatste werk kende nog in de loop van Consciences leven stijgend succes. Het heldenverhaal tegen de achtergrond van de strijd van Vlaamse steden tegen de Franse adel rond 1300 kreeg met de groeiende Vlaamse Beweging steeds meer een actuele betekenis. Het vestigde Consciences reputatie als schrijver van historische romans. Die leverde hij nog af, bijvoorbeeld met Jacob van Artevelde (1849). Conscience verliet het pad van de historie echter stilaan en richtte zich meer op de maatschappij. Dat resulteerde in zedenromans als Wat eene moeder lyden kan (1844) en dorpsverhalen, zoals De loteling (1850).

Conscience had met die historische romans intussen wel zijn literaire reputatie gevestigd. De historische verhalen schakelden de strijders voor de Vlaamse taal en cultuur in België in om de Vlamingen meer zelfvertrouwen te geven tegen de dominante Franse cultuur. Hij is het bekendste voorbeeld van de vroege Vlaamse Beweging, waar de kwestie vooral in de letteren aangekaart werd. Maar ook later, toen de Vlaamse Beweging politiek actief wilde worden, was Conscience rechtstreeks betrokken. Hij ijverde voor de oprichting van een Vlaamse politieke partij, naast de bestaande liberale en katholieke partij. Conscience vond het immers in het belang van de Vlamingen om de heersende liberaal-katholieke tegenstelling in de Belgische politiek te overwinnen. Dat bleek echter onmogelijk. Het is dan ook vooral aan Consciences literaire reputatie te danken dat later een enorme betekenis aan de Vlaamse zaak is toegekend. In 1883, een maand voor zijn dood, werd bij de nieuwe behuizing van de Antwerpse Stads- en Volksbibliotheek een standbeeld onthuld, op het twee jaar eerder naar hem genoemde Hendrik Conscienceplein.

Verder lezen
Portret van Hendrik Conscience, door L. Tuerlinckx/J. Franck.
Afbeelding van het standbeeld van Hendrik Conscience te Antwerpen, gemaakt door Fr. Joris (1883) .