literatuurgeschiedenis.nl | de negentiende eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    

In Vlaanderen is de literatuur in de volkstaal in het begin van de negentiende eeuw niet meer van veel belang. Alleen liederen en voordrachten hebben nog een zekere kwaliteit. Tussen 1814 en 1830 vormen het hedendaagse België en Nederland een grote staat. Vlaanderen ontleent daaraan de moed om het Vlaams te bevorderen. Na de scheiding van Nederland bloeit de Vlaamse Beweging op. De leden ervan willen van het Vlaams een volwaardig medium voor literatuur en studie maken.

Vlaams nationalisme
Ooit, in een grijs verleden, was Vlaanderen belangrijker dan Holland. Maar dat was allang niet meer zo. In de negentiende eeuw verandert dat. De elite van Vlaanderen zet zich in voor een opbloei van de taal en de literatuur.

Het had zo mooi kunnen worden. Na de val van Napoleon werden de vroegere Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden weer verenigd, en hoorde men het Vlaams en het Nederlands klinken in één natie. In het begin zag het ernaar uit dat de vereniging succesvol zou zijn. Koning Willem I bevorderde het gebruik van het Vlaams, dat sinds lange tijd onderdrukt was en slechts door het volk gesproken werd. Hij zorgde voor een verbetering van het onderwijs en richtte drie universiteiten in de Zuidelijke Nederlanden op. Maar juist deze maatregelen wekten weerstand. De elite sprak Frans en verzette zich tegen de politiek van Willem I. Ze was tegen de bevordering van dat boerendialect, zoals ze het Vlaams noemde. Bovendien werd haar macht minder en er moesten hoge belastingen betaald worden. De oude godsdiensttegenstelling tussen rooms en protestants bleef ook wringen. Op een gegeven moment had de Brusselse elite genoeg van de Hollanders. De opstand brak uit in 1830, en na een korte felle strijd moest Nederland zich terugtrekken uit België. Dat betekende opnieuw een achteruitgang voor het Vlaams. Frans werd de officiële taal. Het algemeen onderwijs verviel opnieuw in een bedroevende toestand. Een derde deel van de Vlaamse kinderen kreeg in 1843 geen enkel onderwijs. Van de arbeiders kon slechts 10% lezen.

Vóór de vereniging stelde de Vlaamse literatuur vrijwel niets meer voor. Er waren uit de zestiende eeuw nog rederijkerskamers over, en daarin beoefende men de mondelinge voordracht van literatuur. Gedrukt werd er voornamelijk in het Frans. Met de taalpolitiek van Willem I ontstond er nieuwe aandacht voor de volkstaal. Enige literatoren onderscheidden zich en brachten een nieuw elan in de beoefening van het Vlaams. Jan Frans Willems wordt de vader van de Vlaamse beweging genoemd, die een eigen Vlaamse cultuur verdedigde. Daarbij was hij sterk op Nederland georiënteerd. Hij en zijn medestanders worden de flaminganten genoemd. Willems is vooral bekend als opgraver van middeleeuwse Vlaamse literatuur, zoals Reinaert de Vos. Hij richtte ook het belangrijke tijdschrift voor taal- en letterkunde Belgisch Museum (1837) op. Tijdens een bewogen pleidooi voor de waardering van oude orale tradities kreeg hij een hartaanval en stierf. Ferdinand Snellaert, met wie hij samengewerkt had, zette zijn werk voort. Ook hij was op de oude Vlaamse letterkunde gericht en ook hij probeerde na de afscheiding in contact te blijven met Nederlandse letterkundigen.

Snellaert en Willems woonden in Gent, waar een centrum van flaminganten was. Karel Ledeganck is de bekendste dichter van deze kring:

Wees Vlaamsch van hart
En Vlaamsch van aard!
Wees Vlaamsch in uwe spraak,
En Vlaamsch in uwe zeden!

Ledeganck, `veldmaarschalk van de Vlaamse Beweging’, was de eerste die in de Provinciale Raad Vlaams sprak. Zijn lofzang op Gent, Brugge en Antwerpen in het lange gedicht De drie zustersteden (1847) wordt het dichterlijk evangelie van de Vlaamse Beweging genoemd.

De literatuur zelf bloeide in de jaren veertig weer op door een groep romantische letterkundigen in Antwerpen. De schrijvers die hierbij hoorden waren niet, zoals de Gentenaars, onderzoekers van de taal- en letterkunde. Ze waren meer kunstenaars en leunden minder tegen de Hollandse traditie aan. Zij zochten aansluiting bij de internationale Romantiek en vonden inspiratie in de middeleeuwen. Bovendien waren ze bevriend met de Belgische, romantische schilders. In enkele opzichten zijn ze te vergelijken met de Leidse romantici.

De meest romantische van de Antwerpenaren was Peter van Kerckhoven, die in zijn brievenroman Liefde (1851) beschreef hoe de jonge Amelie verliefd wordt op een cynische man die haar liefde afwijst:

Wie gelooft er in onze eeuw trouwens nog aan een rein, zuiver liefdegevoel? Wanneer men vijftien of twintig jaar lang dat ijdel vrouwelijk speelgoed, die zielloze poppen voor de eigen ogen haar gangen heeft zien gaan, wanneer men in alle de harten die men heeft ontleed, slechts grove stof en dierlijk instinct heeft aangetroffen, wie zal dan nog veronderstellen dat men een engel als Amelie op aarde kan ontmoeten?...

Haar liefde zal haar het leven kosten.

De belangrijkste schrijver van Vlaanderen in deze periode werd Hendrik Conscience, de man die Vlaanderen leerde lezen. Zijn debuut Het wonderjaar (1836) gaat over de Antwerpse beeldenstorm in 1566. Hierin dweepte hij op een tomeloos romantische manier met de vrijheidsstrijd tegen de Spaanse tirannen. De leeuw van Vlaenderen (1838) is zijn bekendste werk. Het gaat terug op de Slag der Gulden Sporen uit 1302, waarin de Vlaamse burgers een overwinning behaalden op een Frans adellijk leger. Conscience schreef bevlogen en partijdig over het verleden, in de hoop dat zijn Vlaamse lezers meegesleept zullen worden. Het besef van een groots verleden zal hen helpen een eigen identiteit te vormen. De slotzin van het boek kan niet misverstaan worden:

Gij Vlaming, die dit boek gelezen hebt, overweeg bij de roemrijke daden, welke het bevat, wat Vlaanderen eertijds was, - wat het nu is, - en nog meer wat het worden zal, indien gij de heilige voorbeelden uwer vaderen vergeet!
Verder lezen
Frontgravure van Hendrik Conscience, De leeuw van Vlaanderen. De Cort, Antwerpen 1838, p. π3r.
Omslag van J.F. Willems (red.), Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1.
Titelpagina van de editie die Jan Frans Willems maakte van Reinaert de Vos.
Hendrik Conscience was zo populair dat er een heel goedkope uitgave van zijn werk gemaakt werd, waarop je je kon abonneren (Hendrik Conscience, Schandevrees. Van Dieren, Antwerpen 1880).