literatuurgeschiedenis.nl | de twintigste/eenentwintigste eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Louis Paul Boon
Aalst 1912 - Erembodegem 1979

‘Schop de mensen tot zij een geweten krijgen.’ Met deze oproep tot engagement sloot Louis Paul Boon de eerste editie af van Mijn kleine oorlog, een bundeling van krantenkronieken en notities over de oorlogsjaren, die in 1947 verscheen. Toen in 1960 een tweede editie van het boek werd gepubliceerd, aangevuld met twee nieuwe hoofdstukken, lieten de slotwoorden een veel minder strijdbaar geluid horen: ‘Wat heeft het alles voor zin?’ Samen karakteriseren beide uitspraken het wereldbeeld van de grote Vlaamse schrijver en prozavernieuwer.

Boon groeide tussen de twee wereldoorlogen op met de idealen van broederschap en solidariteit. Hij was een arbeiderskind uit de Vlaamse industriestad Aalst – net als zijn vader trachtte hij als huisschilder zijn brood te verdienen – en ontwikkelde een sterk socialistisch engagement en een nooit aflatende sympathie voor de kleine man. De vernietigende oorlogservaring bracht echter, samen met een kapotte wereld, een generatie jongeren voort aan wie idealistisch toekomstgeloof niet besteed was. Als kunst- en literatuurredacteur van het communistische blad De Rode Vaan (1945-1946) merkte Boon bovendien al snel dat zijn anarchistische geest en het communistische partijwezen niet compatibel waren. Vijftien jaar na de oorlog, aan het begin van een decennium vol politieke idealen, leek ook bij Boon het pessimisme het pleit te winnen.

Idealisme en pessimisme zijn bij Boon nochtans altijd de twee zijden van eenzelfde medaille geweest. Al in zijn debuutroman uit 1942, De voorstad groeit, ging het verlangen naar een betere wereld samen met een illusieloze schets van het leven in een desolate wijk. Behalve als een sociaal bewogen en maatschappijkritisch auteur geldt Boon ook als een van de grote vernieuwers van de naoorlogse roman in Vlaanderen en Nederland. Zijn werk is verwant met dat van grote modernistische prozavernieuwers als Louis-Ferdinand Céline, William Faulkner en John Dos Passos.

Zo weerspiegelt de fragmentarische opbouw van Mijn kleine oorlog de ervaring van een verbrokkelde en ongrijpbare werkelijkheid. In Boons meest beroemde werk, De Kapellekensbaan (1953), is een rechtlijnig verhaal al helemaal ver te zoeken. In een van de verhaallijnen staat de schrijver ‘boontje’ centraal. Die schrijft een roman over de dromen en teleurstellingen van het arbeiderskind Ondineke. Tussendoor krijgt de lezer nog fragmenten over de opstandige ‘vos reinaerde’ te lezen. De vrienden van ‘boontje’ geven ondertussen gretig commentaar, zowel op de politieke en kerkelijke gezagsdragers als op het schrijfwerk van hun vriend zelf. In Menuet (1955) plaatst Boon de perspectieven van drie personages op één gebeurtenis naast elkaar, en ruimt hij op de bladspiegel plaats in voor een strook met krantenartikelen. Daarnaast valt Boon op door zijn onorthodoxe schrijfstijl: hij put lustig uit het volkse taalgebruik en laat de traditionele literaire stijl volledig ontsporen. Op een volstrekt unieke manier combineert hij een volkse taal met een complexe vorm en een doorwrochte wereldbeschouwing.

Door zijn politieke engagement, zijn pessimistische wereldbeeld en zijn kritiek aan het adres van kerk en burgerij maakte Boon in het overwegend katholieke Vlaanderen al snel vijanden. Daartegenover staat dat zijn uitzonderlijke talent en scherpzinnigheid al even snel werden erkend. Hij behoorde in de vroege jaren vijftig tot de kring van Tijd en mens, het tijdschrift van de literaire vernieuwing in Vlaanderen, en inspireert vandaag nog steeds nieuwe generaties schrijvers. Aan het einde van zijn literaire loopbaan legde Boon zich toe op historische werken, zoals Pieter Daens (1971), over de arbeidersstrijd in Aalst. En wie in dit veelzijdige oeuvre nóg zijn gading niet heeft gevonden, kan misschien even rondneuzen in Boons ‘fenomenale feminatheek’, een immense verzameling van erotische afbeeldingen. Ook vandaag nog doet de in 1979 overleden Boon hiermee in conservatieve milieus stof opwaaien.

Verder lezen
Omslag van Pieter Daens van Louis Paul Boon.