literatuurgeschiedenis.nl | de twintigste/eenentwintigste eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    

Literatuur heeft het moeilijk. Zij moet meer dan vroeger concurreren met massacultuur als televisie. Uitgevers leggen daarom steeds meer nadruk op de commerciële kant van hun vak: boeken moeten nu eenmaal verkocht worden. Niet alle schrijvers verzetten zich tegen die commercialisering.

Giphart en Van Royen: literatuur en massacultuur
Succesauteur Ronald Giphart wilde al van jongs af aan schrijver worden. Dat staat in de biografie op zijn website www.giphart.nl.

Als scholier op het Baarnsch Lyceum in Soestdijk werd hij volledig in beslag genomen door dromen over een ‘een leven in de literatuur’. Hij zat in de redactie van de schoolkrant, schreef toneelstukken, richtte een tijdschrift op, nam bewust foto’s ‘voor later’ (voor het Letterkundig Museum…) en begon aan een romantrilogie. ‘Zo ging het in Bij nader inzien, dus waarom zou dat op het Baarnsch Lyceum anders gaan?’ merkt Giphart op. En inderdaad: er zijn altijd dichtertjes geweest, titaantjes die zozeer bevangen waren door de magie van het lezen dat zij niets anders wilden dan een Groot Schrijver worden, of een Groot Dichter.

Toch is Gipharts romantische schrijversdroom anders dan die van zijn voorgangers. De personages in Voskuils roman Bij nader inzien (1963), waar Giphart het over heeft, droomden hun literaire droom in een tijd (de jaren vijftig) waarin de literatuur meer aanzien en aantrekkingskracht had dan tegenwoordig, nu zij moet concurreren met zoveel andere cultuuruitingen.

Wanneer in 1992 Ronald Gipharts autobiografische debuutroman Ik ook van jou verschijnt moet die zich meten met popmuziek, televisie, film, videoclips, games, digitale cultuur. We beschikken vandaag over veel meer vensters op de cultuur dan vijftig jaar geleden. En de vaak als ‘populaire cultuur’ aangeduide kunstvormen die van deze media gebruik maken, worden steeds meer serieus genomen, net zo serieus als vroeger de literatuur.

Gipharts debuutroman laat zich lezen als een beschrijving van de hedendaagse jeugdcultuur. De personages zijn jong en staan helemaal in de wereld van vandaag, waarvan (in Gipharts versie) seks, drank, commercie en massacultuur de hoofdingrediënten zijn. Ik ook van jou schetst een wereld waarin de literaire ambitie van de hoofdpersoon niet meer passen. Voor de mensen om hem heen doet literatuur er immers helemaal niet meer toe.

De roman stelt daarmee op geheel eigen wijze een probleem aan de orde dat kenmerkend is voor de literatuur van de 21ste eeuw. Schrijvers moeten gaan nadenken over wat de rol en de positie van de literatuur is. Hoe verhoudt de schrijver zich tot de commercialisering van het uitgeversbedrijf? Moet literatuur zich verzetten tegen de toenemende dominantie van de massacultuur, of moet ze juist proberen een plaats te vinden binnen die dominante massacultuur?

Giphart kiest overduidelijk voor de laatste strategie. Hij trekt zich niet terug in de traditionele hokjes van de literatuur (zoals het literaire tijdschrift), maar hij manifesteert zich ook op onconventionele terreinen. Hij verschijnt regelmatig op tv (ook in minder ‘serieuze’ programma’s), schrijft voor glossy's, treedt op in schouwburgen en bemoeit zich nadrukkelijk met de verfilming van zijn boeken (zonder daarbij van enige minachting voor die vroeger toch ‘lagere’ kunstvorm blijk te geven). Zijn romans zijn nadrukkelijk niet voor een literaire elite geschreven, maar voor een jong en niet noodzakelijk universitair geschoold publiek.

Veel van de beeldbepalende schrijvers van de laatste jaren proberen op vergelijkbare manier bij te dragen aan de democratisering van de literatuur. Schrijvers, zo redeneren zij, moeten naar het publiek toe bewegen. Steeds vaker zie je in het verlengde daarvan ook dat schrijvers publieke figuren worden, mede doordat zij in de media actief optreden ter promotie van hun boeken. Schrijvers als Kluun en Heleen van Royen (en hun uitgevers) kiezen voor sterk op de persoon van de schrijver gerichte reclamecampagnes voor hun boeken.

Een ander symptoom van de toenadering tussen massacultuur en literatuur is de huidige bloei van de literaire festivals. Jaarlijks bezoeken in Utrecht bijvoorbeeld 4000 mensen de Nacht van de Poëzie – een bezoekersaantal dat vele malen hoger is dan de gemiddelde verkoopcijfers van een dichtbundel. Literatuur (in dit geval: poëzie) wordt een evenement, onderdeel van een avondvullend programma met vermaak (muzikale entre-actes) en persoonlijk contact met de sterren (je kunt de voorlezende dichters om een handtekening vragen).

Verder lezen
In 2000 verscheen het debuut van Heleen van Royen, De gelukkige huisvrouw. Er zijn ruim 250.000 exemplaren van verkocht en het werk is naar acht talen vertaald.
Filmposter uit 2003 van Phileine zegt sorry onder regie van Robert Jan Westdijk, naar het boek van Giphart.