literatuurgeschiedenis.nl | de twintigste/eenentwintigste eeuw Literatuurgeschiedenis.nl: Rachels rokje
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Rachels rokje
Charlotte Mutsaers, 1994

Rachels rokje begint meteen al anders dan andere boeken, met ‘wandeling vooraf’. Daarin wordt de lezer gewaarschuwd dat het verhaal eerder grillig dan rechtlijnig zal zijn. Het bevat veel ‘gewervel’, zoals ook een rokje tijdens een wandeling wervelt in de wind. In de zevenendertig plooien van Rachels rokje gaat heel wat schuil. In het voorwoord staat geschreven: ‘Best mogelijk dat je tussen die plooien op bloemen stuit maar het kan ook dat ze barstensvol roestige spijkers zitten of scharen.’

Wie dit allemaal niet bevalt, wie wil dat een schrijver duidelijk van A tot Z een gebeurtenis navertelt, die hoepelt maar op. Het voorwoord laat daar geen misverstand over bestaan. De roman wenst geen rekening te houden met mensen die vooral boeken lezen om er hun eigen vertrouwde, benauwde wereld in te herkennen. Daarom is het moeilijk, eigenlijk onmogelijk een samenvatting te geven van deze wervelende literaire plooirok.

Rachels rokje handelt over de liefde. Over de liefde op het eerste gezicht die de twaalfjarige Rachel Stottermaus opvat voor haar leraar Nederlands Douglas Distelvink. Een liefde op het eerste gezicht heet in het Frans een ‘coup de foudre’, letterlijk een ‘blikseminslag’. Bij Rachel is de liefde zo zwaar ingeslagen dat ze jaren later nog onverminderd verliefd is. Dat wordt haar duidelijk als ze dertig jaar na de eerste ontmoeting Douglas Distelvink op een winterse dag tegen het lijf loopt in Amsterdam. Wat door anderen, met name haar moeder, smalend een ‘kalverliefde’ werd genoemd, blijkt het grootste avontuur uit haar leven. Want hierover gaat dit boek: hoe geef je betekenis aan gebeurtenissen die weinig wereldschokkend lijken, maar die in je eigen leven een ware aardverschuiving teweeg brachten. Je eerste liefde bijvoorbeeld.

Als Rachel bijna dertien is, vliegt er voor de tweede maal een deur open. Maar wee degeen die jarenlang getrappeld heeft van ongeduld, want dit is een gewapende overval, een hold-up, een hondsbrutale inbreuk. Het gaat gepaard met zo’n hevige klap en zo’n heftige windstoot dat haar rokje hoog opwaait en haar dunne halsje omvat als de kelk van een dwarsgestreepte bloem. Als het weer neervalt is het niet hetzelfde rokje meer, qua plooienval. Ze staat meteen in lichterlaaie. Het kan niet anders of hier werd doortocht verleend aan de bliksem.
Sommige bliksems zigzaggen maar wat rond in het wilde weg en schieten vervolgens hun doel voorbij. Dat kun je van deze niet zeggen, die moet wel bizonder goed zijn afgericht. Op het wagneriaanse af. Daar komt nog bij dat het slachtoffer zich voor de gelegenheid wagenwijd had opgesteld. Soms helpt de natuur een handje.
Waar ben ik, vraagt Rachel zich af met een gloeiend hoofd. Maar dat weet ze heel goed: in het klaslokaal en daar werd zojuist de bodem uitgeslagen. Hier heersen afgunst en slappe lach. Terwijl daar, in de deuropening, vermomd als taalleraar: haar zwarte evenknie! Ze heeft hem herkend op het eerste gezicht. Ben je dan eindelijk gekomen? Stuur de kinderen naar huis. Trek de luxaflex naar beneden. Leg mij neer en ga je gang. Of roep een ambulance.
Hoe meedogenloos bliksems te werk gaan. Zoals ze zich helemaal van je meester maken zonder zich om je te bekommeren. Je hersens die ze verzengen. Je bed dat ze onder stroom zetten. De energie die ze vreten. Soms levenslang. Ik verzin niets. Ook niet de bloederigheid van winkelhaken. De nachtelijke spasmen van de allereerste keer. De oergezonde buitenwereld die popelt om daar het etiket kalverliefde op te plakken. Alsof raving madness ook maar iets te maken heeft met rondgedartel tussen madeliefjes. Alsof het kalf na de eerste paar voltreffers niet allang was vernield. Op de horentjes na dan, want die waren nog in knop.
Rachel is geraakt tot op het bot en gehoorzaamt onvoorwaardelijk. Als het van haar gevraagd werd zou ze onmiddellijk bereid zijn met haar leven te betalen. Daarmee legt ze dat leven argeloos in twee grote handen die haar misschien nooit zullen liefkozen en blokkeert aldus de weg terug. Zonder pardon. Terwijl ze gisteren nog door de plassen reed op een rode autoped.

Meteen al blijkt dat de liefde in Rachels rokje niet lieftallig zal zijn. Er is sprake van een ‘overval’, van ‘bloederige winkelhaken’ en van ‘nachtelijke spasmen van de allereerste keer’. De eerste keer werkelijk verliefd worden welteverstaan. Dat gaat met spasmen gepaard, net als een orgasme. Maar dat laatste is een simpel trucje, zo leert het boek. Om werkelijk, met huid en haar verliefd te kunnen worden, daar komt heel wat meer bij kijken.

Over Rachel wordt in de derde persoon enkelvoud verteld: ‘Als Rachel bijna dertien is...’ Hier is een verteller aan het woord die schijnbaar objectief en afstandelijk de ontmoeting van Rachel en Douglas beschrijft, maar dan trekt de verteller zich terug, en lijkt het alsof Rachel zelf aan het woord komt. Haar gedachten worden zonder aanhalingstekens weergegeven in het verhaal. Let maar eens op de zinnen: ‘Trek de luxaflex naar beneden. Leg mij neer en ga je gang. Of roep een ambulance.’

Dit personage is dan ook wel een apart geval. ‘Rachel Stottermaus’ is immers een anagram van de naam van de auteur, Charlotte Mutsaers. Die laatste lijkt zich in de opmerkingen van de verteller met het eigen verhaal te bemoeien. Hoogst ongebruikelijk in een roman. Rachels rokje is fantasierijk, dat zeker, maar helemaal uit de duim gezogen wil het boek toch bepaald niet zijn.

In Rachels rokje moet de lezer het verhaal zelf achterhalen – reconstrueren is een beter woord. Dat wil niet zeggen dat de tekst als los zand aan elkaar hangt. Het verhaal wordt op een alternatieve manier gepresenteerd, namelijk aan de hand van een steeds terugkerend beeld. In dit boek is dat het beeld van het rokje.

Waarom is Rachels rokje van belang voor lezers van nu? Omdat dit boek laat zien dat we ons niet te snel moeten neerleggen bij wat als de gangbare, realistische werkelijkheid geldt. Die biedt namelijk geen ruimte voor eigen, afwijkende gevoelens en gedachten. Als Rachel Stottermaus wordt verweten dat ze in een fantasiewereld leeft en de greep op de werkelijkheid dreigt kwijt te raken, zegt ze woedend dat ze de werkelijkheid in haar verbeelding juist naar zich toe haalt. Ze weigert haar grote liefde Douglas Distelvink zomaar af te schrijven als kalverliefde. Ze volgt liever haar eigen beleving van de feiten. Dat is niet zonder gevaar, isolatie en miskenning dreigen. Maar literatuur moet niet zonder risico’s zijn. Anders kun je beter televisie gaan kijken. Of op een rode autoped rijden.

Verder lezen
omslag van , Rachels rokje.