literatuurgeschiedenis.nl | de gouden eeuw

‘Eendracht maeckt macht’ staat op de titelpagina van de Statenbijbel uit 1637. Deze nieuwe Nederlandse vpiertaling moest de inwoners van de Republiek verenigen: één volk, één taal, één Bijbel. En dat is gelukt: weinig boeken hebben zo’n grote invloed op de Noord-Nederlandse cultuur gehad als deze Bijbel.

De Statenvertaling – over een nieuwe Bijbel voor de Republiek

In bijna elke geloofsdiscussie – en die waren er veel in de zeventiende-eeuw – speelde de Bijbel een belangrijke rol. Er waren veel verschillende Nederlandse vertalingen van de Bijbel in omloop. Daar zaten behoorlijk wat fouten in, zodat allerlei passages verschillend werden uitgelegd. Maar zelfs over dezelfde vertaling werd men het vaak niet eens. Toen in 1618-1619 op de synode van Dordrecht de leer van het gereformeerde geloof vastgesteld werd, besloot men dat er ook een correcte bijbelvertaling moest komen. Er werd acht dagen over dit plan vergaderd en vervolgens werd er intensief voor gelobbyd bij bijvoorbeeld theologen, uitgevers en de regering. De Staten-Generaal beloofden de kosten te dragen en gaven uiteindelijk in 1625 officieel opdracht voor het project, vandaar de naam Statenvertaling. De overheid gaf met de opdracht ook aan dat zij een hoger gezag had dan de kerk.

De vertalers kregen een zware taak. Zij moesten in correct Nederlands een nauwkeurige vertaling verzorgen uit de oorspronkelijke bijbeltalen, onder andere het Hebreeuws van het Oude Testament en het Grieks van het Nieuwe Testament. Bovendien moest de vertaling in lijn zijn met de gereformeerde leer die vastgesteld was op de Dordtse synode. De tekst mocht verder absoluut geen verwarring zaaien. Met de reformatie was persoonlijke geloofsbeleving belangrijk geworden. Daarom moest elke gelovige op eigen kracht de tekst kunnen begrijpen, zonder dat er aanleiding was voor twijfel.

Om aan al deze eisen te voldoen werden de zes vertalers en vijftien ‘overzieners’ (controleurs, ook ‘revisoren’ genoemd) geselecteerd uit de beste theologen en taaldeskundigen van het land. Het werk gebeurde in ploegen in Leiden, waar boeken uit de universiteitsbibliotheek gebruikt werden en wetenschappers van de universiteit zo nodig adviezen gaven. De eerste vertalers begonnen in 1626, de eerste revisoren in juli 1633. Een van deze revisoren was de dichter-predikant Jacob Revius uit Deventer. De Deventer kerkenraad wilde dat hij vóór de winter terug was, maar dat weigerde Revius. Dit project gaat boven mijn plicht als predikant, zei hij, ik werk nu onder het gezag van de Staten-Generaal. In september 1634 was Revius klaar. De Statenbijbel verscheen in 1637. De eerste druk was een luxe uitgevoerd, groot en duur boek; later kwamen er ook bekorte edities, die kleiner en goedkoper waren.

De Statenbijbel werd een groot succes. In calvinistische kerken en op calvinistische scholen werd het de standaardbijbel. In calvinistische gezinnen werd er dagelijks uit voorgelezen. Ook andere protestanten, zoals de doopsgezinden en de piëtisten, gingen het boek gebruiken. Alleen de lutheranen hielden vast aan vertalingen van de Luther-bijbel.

Veel dichters werden (en worden) door de Bijbel geïnspireerd, bijvoorbeeld de predikant Jodocus van Lodenstein. In zijn bundel Uyt-spanningen (1676) staat een reeks meditaties naar aanleiding van 1 Johannes 2:16: ‘Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vlezes en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.’ Het laatste gedicht uit de reeks spoort aan tot rust en zelfbeschouwing, en veroordeelt overmoed.

Grootsheyd des levens

Waarheen mijn hert? Gij steigert niet, maar stijgt
en hijgt ook zonder trappen opwaarts; zijgt
gemetlijk raad ik u, want zo gij op
gemetlijk: voorzichtig; zo: als den top

in vollen run komt, en daar meent te staan:
’t zal wislijk tegen uwe mening gaan,
want uwen drift drijft u op ’t hoogste weer
ter neer.

En als gij dan aan ’t rollen zijt: och, och!
Uw vaart vergroot uw val: dies zeg ik nog
sta stil, en schouwt u zelf; ik wed’ gij ziet
een Niet .
Verder lezen
Op het titelblad van de Nederlandse Statenbijbel uit 1637 is de Staten-Generaal als opdrachtgever vermeld. Onderaan staat het wapen van de Republiek en een panorama van Leiden, waar de vertalers aan het project werkten.
In 1618-1619 werd in Dordrecht een synode gehouden, een nationale vergadering van de gereformeerde kerk. Op deze synode werd besloten dat er een nieuwe Nederlandse bijbelvertaling moest komen.
De eerste druk van de Statenvertaling (1637) was gebonden in paars fluweel en met goud belegd.