literatuurgeschiedenis.nl | de achttiende eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Gerrit Paape
Delft 1752 - Den Haag 1803

Gerrit Paape is misschien wel de meest tijdloze schrijver van de achttiende eeuw. Zijn proza lijkt onbeperkt houdbaar vanwege de virtuoze stijl. Het zit vol absurditeiten en grappige vondsten en het weet de lezer na meer dan tweehonderd jaar nog altijd te overrompelen en te vermaken ondanks het feit dat Paape vooral over de actualiteit en de politiek schreef. Want de schrijver raakte al snel betrokken bij de strijd tussen patriotten en orangisten eind achttiende eeuw. Hij werd een fel bestrijder van het oude politieke systeem en de stadhouder en was een groot voorstander van een radicale omwenteling. Paape schreef niet alleen veel uit idealisme, maar ook omdat hij van zijn pen moest zien te leven. Zijn oeuvre wordt geschat op rond de 130 romans, dichtbundels en toneelstukken. Een groot gedeelte daarvan verscheen anoniem of onder pseudoniem (onder andere Dr. Schasz).

Centraal in het oeuvre van Paape staat de autobiografie die hij in 1792 publiceerde onder de titel Mijne vrolijke wijsgeerte in mijne ballingschap. De auteur leefde dat jaar in Duinkerken, nadat hij in 1787 vanwege zijn politiek activisme naar het buitenland was gevlucht. In Frankrijk schreef Paape over de absurditeit van het politieke gekonkel in zijn vaderland, onder meer in het imaginaire reisverhaal Reize door het Aapenland (1788). Maar in Mijne vrolijke wijsgeerte bestudeerde Paape zijn eigen leven. Hij zwijgt weliswaar over zijn politieke loopbaan, maar onthult des te meer over zijn leven, zijn schrijverschap, en vooral over zijn ‘vrolijke wijsgeerte’, de lessen die het leven hem heeft geleerd. Dat zijn lessen in redelijkheid, zelfanalyse, incasseringsvermogen, vrolijkheid en mensenkennis. Paape, die voordat hij broodschrijver werd jarenlang in een Delftse aardewerkfabriek werkte, beweert met niets tevreden te zijn:

Ik heb niet veel; dus kan ik niet veel verliezen, en verlies ik het, de goede God heeft mij een fonds bezorgd, waaruit ik het verlorene, door een verdubbeling van vlijt, kan terugvinden. Ik heb geleerd mij met zeer weinig te behelpen. Overal vindt men brood en water, en, behalve dat dit een veel gezonder voedsel is, dan men wel denkt, smaakt het mij beide bij uitstek wel.

Incasseringsvermogen zal Paape hard nodig hebben gehad. Ondanks zijn grote politieke inzet was er na de Bataafse Omwenteling in 1795, toen de schrijver terugkeerde naar Nederland, geen blijvende politieke rol voor hem weggelegd. Des te meer reden voor Paape om door te gaan met het schrijven van satirisch proza en het bespotten van de corrupte politieke cultuur, zoals in De Knorrepot en de Menschenvriend (1797). Daarin maken twee boezemvrienden, Jasper en Julfert, ‘een patriottische wandeling’ door de Bataafsche Republiek. Vanaf het begin gaat het mis:

op een van de belangrijkste plaatsen van Julferts broek was een knoop gesprongen, zodat hij niet behoorlijk alles kon wegsluiten wat de eerbaarheid verbiedt bloot te geven: dit noodzaakte onze twee reizigers om bij het eerste het beste boerenhuis aan te kloppen om in deze dringende behoefte, de nodige voorzieningen te treffen.

Nadat Jasper en Julfert een groot aantal corrupte ambtenaren en politici hebben ontmoet, gaan ze weer huiswaarts. Paape schrijft door. Een van zijn laatste werken is Het leven en sterven van een hedendaagsch aristocraat (1798). Daarin maakt de gedreven patriot die Paape nog altijd is propaganda voor het radicale bewind dat via een staatsgreep op 22 januari 1798 aan de macht was gekomen en waarvan hij zelf deel uitmaakte. Hoe? Door de machthebbers van vóór de staatsgreep uit te maken voor ‘aristocraten’, een scheldwoord waarmee machtswellustelingen werden aangeduid: zij die het volk bedriegen met mooie woorden en ondertussen alleen maar op eigenbelang uit zijn.

Verder lezen
Een geboren schrijver met een immens oeuvre op zijn naam, Gerrit Paape .
Over zijn eigen leven schreef Paape Mijne vrolijke wijsgeerte in mijne ballingschap .