literatuurgeschiedenis.nl printen
Fragment uit: De Politieke Praatvaar nr. 22, van 2 oktober 1784

De Politieke Praatvaar (= praatvader) was een patriottisch tijdschriftje, in begrijpelijk Nederlands geschreven voor de gewone man. Het hele tijdschrift bestond uit dialogen. In dit gesprek probeert Jaap uit te leggen waarom de patriottische gewapende vrijkorpsen of exercitiegenootschappen nuttig zijn en waarom de leden van die genootschappen zich dienen te gedragen.

JAAP
Jij wenst, en terecht, en ik ook met heel mijn hart dat de vreselijke haat en nijd die het misleide volk heeft voor de vrijcorps- en exercitiegenootschappen en in het algemeen voor de wapenhandel eens zal verdwijnen en dat het hele volk zal begrijpen dat het tot behoud is van vrijheid en vaderland en om alle overheersing die door deze of gene mocht worden ondernomen te keren; maar, vriend, hoe zal deze haat en nijd en het vervloeken van de exercitiegenootschappen kunnen ophouden, als beide partijen zich niet ordentelijk gedragen?

PIET
Wat zeg je daar Jaap, gedragen de leden van de exercitiegenootschappen zich onbeschoft, wel als dat bewezen kan worden dan zouden ze geen leden mogen blijven, maar als onnuttige leden verwijderd moeten worden, want waar geen orde is, loopt alles in het honderd.

JAAP
Het is, Piet, of je het er vanavond om doet om alles verkeerd te begrijpen. Want met ordentelijk te gedragen bedoel ik dat men zich van de kant van de leden van de vrijcorps- en exercitiegenootschappen niet moet opwinden over al die mensen die worden misleid en door verkeerde adviezen in opstand komen tegen hun eigen welzijn en belang.

PIET
Wat is dat dan, Jaap, moeten dan de vrijcorpsen exercitiegenootschappen afgeschaft worden? Wel, dan zou het landverpestende cabaal haar zin hebben. Nietwaar?

JAAP
Ik zie goed dat ik mij op een andere manier zal moeten uitdrukken, anders zal je me nooit begrijpen. Als het nu eens zover komt dat al dat schelden en razen op de exercitiegenootschappen ophoudt en het volk in het algemeen begint te begrijpen dat men er verkeerd aan doet deze mensen zo te lasteren, te schelden en met alle uitgestrooide en verzonnen dingen te beliegen, en de leden van de exercitiegenootschappen doen hun best om, als ze iemand ontmoeten bij de burgerwachten of op andere publieke plaatsen die zich eerder niet al te gunstig over de exercitiegenootschappen en vrijcorpsen heeft uitgelaten, niet uit te schelden en te zeggen: je bent een vuile, je bent dit, en je bent dat, en dergelijke dingen meer, die nergens anders toe dienen dan om aanleiding te geven tot verwijt, tot laster en zelfs tot het verzinnen van allerlei godloze leugens, waarmee men niets wint en de eer van de exercitiegenootschappen geenszins verdedigt. Integendeel, Piet, ik denk dat het een middel is om de haat nog groter te maken.