literatuurgeschiedenis.nl | de negentiende eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Willem Bilderdijk
Amsterdam 1756 - Haarlem 1831

Willem Bilderdijk is een naam die klinkt als een klok. Vandaag omdat over heel Nederland straten naar hem genoemd zijn, in zijn eigen tijd omdat hij een bijzonder omstreden figuur was. Hij hield er zelden een gangbare mening op na en maakte zijn onconventionele meningen ook altijd publiek. Hij zou lange tijd uit Nederland verbannen worden. Maar de stroom publicaties van de dichter, vertaler, geschiedschrijver, prozaschrijver, taalgeleerde, grafisch kunstenaar en advocaat werd er niet minder om. Zijn stroom brieven evenmin. Daaruit blijkt dat hij een man was die op zoek ging naar oude zekerheden, terwijl hij leefde in een tijd van revolutionaire veranderingen.

Veel van die oude zekerheden vond hij in boeken. Tot zijn zestiende had Bilderdijk vaak thuis zitten lezen; door een vergroeide voet liep hij mank. Erna kon hij makkelijk blijven lezen: hij kreeg een baantje op het belastingkantoor van zijn vader en hij ging op zijn vierentwintigste rechten studeren in Leiden. Het waren de jaren waarin Bilderdijks literaire ideeën een vaste vorm kregen. Na zijn studies vestigde hij zich als advocaat in Den Haag. Hij verdedigde er aanhangers van de stadhouder, die door revolutionaire patriotten voor de rechtbank werden gebracht. Toen in 1795 de revolutie zich verder voltrok, nu vanuit Frankrijk, en van alle openbare ambtenaren een eed van trouw aan het nieuwe, republikeinse gezag werd geëist, weigerde Bilderdijk dat te doen. Hij werd ervoor verbannen.

Als balling doolde Bilderdijk door Duitsland en Engeland. Vanaf verschillende adressen en met trucs om de Franse censuur te ontwijken, stuurde hij al die tijd brieven aan zijn vrouw Catharina Woesthoven en hun twee kinderen. Geld verdiende hij als vertaler, portrettist, dokter en leraar Latijn en Italiaans. Eén van zijn leerlingen was Katharina Wilhelmina Schweickhardt, met wie hij een geheime verhouding had. Bilderdijk zou uiteindelijk, in 1802, voor haar van zijn vrouw scheiden.

Bilderdijk uitte zich over zijn dooltocht en zijn liefdesleven in zijn brieven, maar ook in gedichten. En dat deed hij vol overgave. Want zo vond hij zelf ook dat het moest: in De kunst der poëzij schreef hij zijn bekend geworden opvatting dat een gedicht een uitstorting van gevoel op papier moet zijn. En dat waren zijn gedichten ook: ze staan bol van gevoelens, en die kon Bilderdijk dan ook nog eens volgens de klassieke regels van de dichtkunst uitstorten. Hij nam zichzelf als dichter erg serieus: hij verheerlijkte voortdurend zijn dichterschap als roeping.

Vanaf 1806 was Bilderdijk terug in Nederland. Hij werd er meteen privéleraar van de nieuwe koning Lodewijk Napoleon, de broer van de revolutionaire Franse keizer Napoleon Bonaparte. Bilderdijk vond het koningschap één van die oude zekerheden, die de samenleving de juiste richting uit lieten gaan. In deze jaren legde hij zich trouwens toe op de studie van die oude zekerheden en zijn vak werd dat van de vaderlandse geschiedenis. In Leiden gaf hij er als privaatdocent les over. De dictaten van zijn lessen zijn na zijn dood uitgegeven als de Geschiedenis des Vaderlands.

Het gevoel (zoals in zijn poëzie) en oude zekerheden (zoals in de vaderlandse geschiedenis) waren ook twee belangrijke lijnen in Bilderdijks overige werk. Heel wat van zijn gevoelens kon hij kwijt in toneelstukken, zoals Floris de Vijfde, en in polemische teksten. Naar oude kernen ging hij op zoek in theoretische verhandelingen over het recht, over filosofie, over godgeleerdheid of over taalkunde en spelling. Erg ver terug ging Bilderdijk in De ondergang der eerste wareld (1809-1810). Daarin beschrijft hij de wereld van voor de zondvloed (de overstroming uit de Bijbel waardoor alle mensen en dieren, behalve die in de Ark van Noach, omkwamen). Volgens Bilderdijk werd die wereld beheerst door een strijd tussen mensen en reuzen. Zij staakten hun strijd en zwoeren samen om het paradijs aan te vallen. De straf voor die aanval was volgens Bilderdijk de zondvloed. Het is misschien wel het merkwaardigste verhaal in Bilderdijks al zo merkwaardige oeuvre.

Verder lezen
Portret van Willem Bilderdijk .
Brief van A.L.G. Bosboom-Toussaint aan Elise van Calcar
Lieve Elize! / Zoo mooi / teekenen als / Gij, kan ik / niet, ik moet / dus mijn toe- / -vlugt nemen / tot kunstjes / wil ik eenig- / -zins een alleraardigst / pennekunststuk beänt- / -woorden, en al zoudt / Gij mij ook uitlagchen / en zeggen ‘dat mijn / brief er uitziet als een / nieuwjaarsbrief aan / een erftante,’ toch / .
Titelpagina van Bilderdijks erotische dichtbundel Bloemtjens .