literatuurgeschiedenis.nl | de negentiende eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Herman Gorter
Wormerveer 1864 - Sint-Joost-ten-Node (Brussel) 1927

In de Lage Landen is Herman Gorter de man die schreef: ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’; in de rest van de wereld is Gorter de man die sprak met Lenin. Gorter was het beide: toen hij jong was schreef hij gedichten die het hoogtepunt van de Beweging van Tachtig zouden worden; later in zijn leven schreef hij pamfletten over het socialisme. Gorter was een man met een dubbele carrière.

Als jongen lag Herman Gorter vaak in de tuin van zijn ouders in Wormerveer. Zijn vader, Simon Gorter, was predikant en letterkundige. Hij stierf al toen Herman zeven was. Toch heeft hij, via zijn boeken, veel invloed gehad op zijn zoon. Aan het eind van het leven van Simon in 1870, verhuisde het gezin Gorter naar Amsterdam. Het is ook daar dat Herman vanaf 1883 klassieke talen ging studeren. Al gauw kwam hij via de studentensociëteit in contact met bekende dichters van zijn tijd, zoals Willem Kloos.

Gorter was tijdens zijn studentenjaren al bezig met poëzie. Hij bestudeerde haar in het kader van zijn studie en voor disputen van de sociëteit. Maar hij schreef ook zelf gedichten. Zijn eerste werk werd niet gepubliceerd. Het waren vooral sonnetten over erotiek en poëzie, en een gedicht Lucifer uit de jaren 1885-’86. Zijn debuut kwam met Mei, een gedicht, dat in 1889 werd gepubliceerd in De Nieuwe Gids. In hetzelfde tijdschrift trad hij een jaar later op met zijn Verzen. Daarin was vooral de bijzondere taal ongekend, die hij altijd gebruikte om indrukken van zijn omgeving in klankbeelden om te zetten. Hij gebruikte op een eigen manier de regels en het ritme, hij vond soms zelf nieuwe woorden uit (neologismen).

De Nieuwe Gids, het tijdschrift waarin Mei en Verzen verschenen, was het belangrijkste podium voor vernieuwende dichters, schrijvers en critici. Zij zouden de Beweging van Tachtig genoemd worden en vooral de Verzen golden voor hen als het te bereiken doel. Dat doel was de dichter als een bijzonder iemand, die anders dan andere mensen in de dagelijkse werkelijkheid staat en die werkelijkheid ook anders ziet. Zijn werk moest sensitivistisch zijn: hij moest indrukken van de zintuigen niet gewoon of via het verstand uitdrukken, maar via sensaties. Die sensaties kon de dichter bereiken door zijn indrukken en emoties te verhevigen en hij kon ze uitdrukken in eigen klanken (en daarom ook soms in nieuwe, eigen woorden). De indrukken waar deze vernieuwende, sensitivistische dichters het meest voor open stonden waren die van het licht en van beweging, zelfs van dode dingen – zoals uit dit fragment uit de Verzen blijkt:

Ik ben alleen in het lamplicht,
de dingen kijken met een glad gezicht,
om me in ’t licht.

De dingen staan om me zoo stil
te luisteren wat de stilte wil,
vertellen wil.

De Verzen werden beschouwd als het hoogtepunt van het sensitivisme, als het voorbeeld van hoe een gedicht moest zijn, als de voltooiing van de agenda van de Tachtigers. De beoordeling van de Verzen door Willem Kloos, de belangrijkste man achter De Nieuwe Gids, is het bekendst geworden: hij vond de bundel ‘de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’. Dat kan gelden als het doel van alle Tachtigers.

Na de Verzen zou Gorter echter meer gewonnen worden voor een strenge zelfbeheersing. De uitzonderlijke positie onder de mensen die de Tachtigers voor een dichter opeisten, beviel hem niet langer. Er volgde een bekering. Gorter werd actief in de socialistische beweging, die streed voor meer rechten voor arbeiders. Samen met de schrijfster Henriëtte Roland Holst werd hij lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en legde hij zich toe op de studie en de verspreiding van het marxisme. In 1909 liet hij Roland Holst achter in de SDAP en richtte hij, met anderen, de nieuwe links-marxistische Sociaal-Democratische Partij (SDP) op. 1917 was een ander belangrijk jaar. Gorters vrouw stierf toen, hij werd zelf ziek en ging voor een kuur naar Zwitserland. Daar ontmoette hij Russische ballingen, die de marxistische revolutie van dat jaar in hun thuisland nauw volgden. Gorter hoopte dat de revolutie zich zou uitbreiden naar het westen. Maar dat bleef uit en Gorter werd het steeds minder eens met de strategie die de Russische revolutionaire leider Lenin in het westen volgde. Hij ging persoonlijk met hem in debat – maar zonder hem te overtuigen. In 1921 verliet hij de partij.

Na zijn socialistische actie legde hij zich aan het eind van zijn leven toe op de relatie tussen de maatschappij en de dichter. Daarvoor bestudeerde hij klassiekers als Homerus, Dante en Shakespeare. Maar eigenlijk ging het ook over een kwestie die hem altijd had beziggehouden. In zijn jonge jaren nam hij de positie in van de bijzondere waarnemer, de dichter die anders ziet dan de rest van de maatschappij. Mei en de Verzen waren er de uitdrukking van. Als socialistisch activist was hij direct betrokken bij de toekomst van de maatschappij. Tegelijk liet hij ook toen het dichterschap niet los. In zijn socialistische tijd schreef hij bijvoorbeeld in 1906 Een klein heldendicht, over de groei van drie proletarische figuren naar een socialistische overtuiging. Of Pan, in 1912, over het marxisme als de bevrijding van de mens. En zijn hele leven lang bleef hij al zijn werk, ook Mei en Verzen, opnieuw uitgeven en in wisselende samenstellingen bundelen. Ook al lijkt het dat Herman Gorter een man van twee carrières was, altijd was hij begaan met de relatie tussen de dichter en zijn omgeving en met de poëzie. Aan haar schreef hij dan ook: ‘Met al mijn bloed heb ik voor u geleefd.’ Het is de titel van een biografie uit 2000.

Verder lezen
Herman Gorter, omstreeks 1892. Foto: Willem Witsen .
Spotprent op Herman Gorter in De Notenkraker van 24 mei 1913. Door Albert Hahn.