literatuurgeschiedenis.nl | de negentiende eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Louis Couperus
Den Haag 1863 - De Steeg 1923

In de biografie uit 1987 wordt Louis Couperus een ‘onverbiddelijke man van zaken’ genoemd. Hij leefde van de pen en onderhandelde met zijn uitgever Veen dan ook scherp over zijn gages. In de 31 jaar dat Couperus actief was, produceerde hij zo’n 50 titels. Behalve romans, schreef hij verhalen, reisverslagen, feuilletons en sprookjes. Daarnaast was hij een echte reiziger. Italië en Zuid-Frankrijk waren geliefde pleisterplekken en hij ging als journalist naar Azië en Afrika.

Couperus begon met het schrijven van gedichten, maar hij ontdekte vrij snel dat het schrijven van proza zijn kracht was. Zijn debuutroman Eline Vere (1889) was meteen een succes, mede doordat het werk als feuilleton in een Haagse krant verscheen. Eline Vere is een jonge vrouw van gegoede burgerlijke komaf die hartstochtelijk probeert om zich aan de gezapigheid van haar milieu te onttrekken, maar daar niet in slaagt. Aan het eind pleegt ze zelfmoord. Het is nog niet zo eenvoudig om aan te geven waarom zij dat nu precies doet. Zeker is dat zij absoluut overgevoelig is en een weinig stabiele persoonlijkheid heeft. Zo kan het gebeuren dat zij sterk onder de invloed komt van haar neef Vincent. Deze is half op de hoogte van de naturalistische ideeën die in de negentiende eeuw populair waren en spreekt er tegen Eline voortdurend over hoe zinloos het leven in zijn ogen is.

De belangrijkste romans van Couperus spelen in Den Haag. Behalve Eline Vere zijn De boeken der kleine zielen (1901-1903) en Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan... (1906) de bekendste voorbeelden. De schrijver toont ons in deze werken een wereld van voorbije glorie. Den Haag was namelijk de stad waar gepensioneerde ambtenaren uit Nederlands-Indië zich terugtrokken en zich erbij moesten neerleggen dat hun maatschappelijke rol zo goed als uitgespeeld was. De boeken der kleine zielen is een lijvige romancyclus in vier delen. Couperus toont hoe het aanzien van de welgestelde familie Van der Lowe langzaam afbrokkelt. In het spannende Van oude menschen staat een moord centraal, begaan in Indië. Deze moord is nooit opgehelderd en blijft in Den Haag als een donkere wolk boven de gebeurtenissen en personages hangen. Het mysterieuze De stille kracht (1900) speelt helemaal in Indië. Couperus baseerde de roman op zijn eigen kinderherinneringen aan Nederlands-Indië.

Na de eeuwwisseling ging Couperus ook romans schrijven die in de klassieke oudheid spelen. Voorbeelden zijn De berg van licht (1905/1906), De komedianten (1917), Xerxes of de hoogmoed (1919) en Iskander (1920). Deze laatste roman gaat over de opkomst en ondergang van het rijk van Alexander de Grote. Net als in Eline Vere is er een personage dat het noodlot een handje helpt: de eunuch Bagaos danst voor de veroveraar Alexander en bereidt kruidige wijnen voor hem. Alexander, aanvankelijk een toonbeeld van zelfbeheersing, gaat zichzelf daardoor overschatten. De val van zijn rijk is in gang gezet. Het is niet uitzonderlijk voor een schrijver uit de negentiende eeuw dat dit thema van noodlottigheid of verval belangrijk is. Tijdgenoten als Gontsjarow, Flaubert en Tjechov lieten immers ook uitgebreid zien hoe hun personages hevig geplaagd worden door de omstandigheden.

Hoewel de thematiek van Couperus zwaar is, is zijn schrijfstijl licht, bijna zwierig. Dat zie je bijvoorbeeld aan de opening van Metamorfoze (1897): ‘Het leven, zooals Hugo Aylva het zag, en de wereld, zoo ver hij ze zien kon, ze bloeiden jong in hem op, in zijn eigen jeugd, in al het jonge Aprilgeblader van het vroege voorjaar in de wemelgroene Boschjes.’

Na zijn dood in 1923 is de Haagse schrijver in de belangstelling blijven staan. Zo zijn er televisie-, film- en toneelbewerkingen gemaakt en verschenen er twee uitgaves van zijn verzameld werk. Tegenwoordig roemen we hem onder meer om zijn psychologisch inzicht. Daarnaast spreken de bijfiguren uit de romans tot de verbeelding. In de manier waarop die bijfiguren geschetst zijn, zien we de invloed van het fin de siècle. Ernst uit De boeken der kleine zielen bijvoorbeeld is zonderling, een eenzame verzamelaar van dure vazen. Hij hoeft niet te werken voor zijn geld. Oververfijning en decadentie zijn veelvoorkomende thema’s aan het eind van de negentiende eeuw. Oscar Wilde en Joris-Karl Huysmans zijn andere voorbeelden van schrijvers die met deze thema’s bezig waren.

Louis Couperus was een goedgeklede dandy én een harde werker, hij was kosmopoliet én vergroeid met zijn geboortestad Den Haag. Hoewel hij als persoon vol schijnbare tegenstrijdigheden zat, is zijn grote oeuvre een eenheid: een dwingende rol voor het noodlot, in zichzelf gekeerde personages en een consequent volgehouden eigen schrijfstijl.

Verder lezen
Fotoportret van Couperus te Laren in 1917 .
Omslag van de eerste druk van Louis Couperus, Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan... .