literatuurgeschiedenis.nl | de negentiende eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    

Geen enkele roman heeft zo’n diepgaande invloed gehad op de Nederlandse literatuur en de publieke opinie als Max Havelaar. Dat heeft verschillende oorzaken. Multatuli heeft een unieke schrijfstijl, die ook nu nog modern aandoet. Zijn kritiek op de Nederlandse politiek kwam toen die broodnodig was. Het boek is zowel romantisch als realistisch, zowel humoristisch als ernstig, zowel een sleutelroman als een fictioneel verhaal. Het staat op een breuklijn in literatuuropvattingen, die juist in de tijd van verschijnen aan de oppervlakte komt.

Dat bliksems knappe boek: Max Havelaar
De aanslag van Harry Mulisch en Het dagboek van Anne Frank zijn elk in meer dan dertig talen vertaald. Max Havelaar is het enige Nederlandse boek uit de negentiende eeuw dat op zo grote schaal vertaald is. Het haalt zelfs 40 talen, waaronder vertalingen in het Russisch, in Esperanto en in het Chinees.

Vanuit zijn hotelletje in Brussel schreef Multatuli op 13 oktober 1859 aan zijn vrouw dat Max Havelaar af was. ‘Lieve hart mijn boek is af, mijn boek is af! Hoe vind je dat? Ik moet nu copieren maar het boek is af. En ik sta U borg dat het opgang maakt. Het zal als een donderslag in het land vallen dat beloof ik je.’ Het zou nog enige tijd duren voor de donderslagen die Multatuli voorspelde gehoord werden. Eerst had hij nog problemen met het vinden van een uitgever. De romanschrijver Jacob van Lennep, aan wie hij het manuscript gaf, had meteen door dat het hier om een `meesterstuk’ ging. Van Lennep schreef aan een vriend dat hij het boek verslonden had: `’t Is bl… [bliksems] mooi, ik weet het niet anders uit te drukken’. Tegelijkertijd maakte hij zich zorgen. Het boek zou ook tot opstand kunnen leiden. Want Multatuli klaagde de misbruik van het cultuurstelsel aan. Dat was in 1830 ingevoerd in Nederlands-Indië. Elke inlander moest één vijfde deel van zijn land bebouwen voor de regering en de opbrengst afstaan. Het leverde de Nederlandse schatkist miljoenen op. Van Lennep voorzag dat het boek bij veel Nederlandse lezers de ogen zou openen.

Van Lennep zorgde voor een uitgever, maar Multatuli moest dan wel akkoord gaan met wat veranderingen. Het boek moest minder een pamflet worden en meer literatuur, door echte plaatsnamen en jaartallen eruit te halen. Multatuli protesteerde: `het weglaten der data maakt M.H. tot een roman, - maar het is geen roman. ’t Is eene geschiedenis. ’t Is eene memorie van grieven, ’t Is eene aanklagt.’ Van Lennep dwong Multatuli de veranderingen toch af. Hij wilde wel de schrijver Multatuli helpen, maar niet de oproerkraaier. Als Multatuli de openbare mening wilde beïnvloeden, dan moest hij maar een puur pamflet schrijven.

Toch, toen het boek half mei 1860 verscheen, leek de publieke opinie opeens wakker geschud te worden. De discussie begon in de NRC. Kan het Nederlands bestuur zo zwak zijn als Multatuli schrijft, en wordt de inboorling willens en wetens uitgezogen, zo vroeg de recensent zich af. Van groot belang werd de recensie van de hoogleraar Pieter Veth in De Gids. Hij gaf Multatuli onomwonden gelijk in zijn kritiek op de regering. Hij stelde dat het cultuurstelsel onmenselijk was. De hele koloniale politiek was aan herziening toe. De minister van Koloniën erkende kort na de aanval van Multatuli wel de bezwaren tegen het cultuurstelsel, maar het stelsel werd pas in 1870 opgeheven, na een langdurige strijd van de liberale politici.

In de koloniale literatuur van Nederland neemt Max Havelaar een bijzondere plaats in. Het is weliswaar door een `blanke man’ geschreven, maar het beziet de situatie vanuit het oogpunt van de inlander. Het probeert meeleven op te wekken door de treurige gevolgen van het cultuurstelsel te laten zien. Het verhaal Saïdjah en Adinda is daarvoor exemplarisch. In Nederland en het voormalig Indië heeft Max Havelaar eenzelfde betekenis voor de verandering in het denken over rassen als De negerhut van Oom Tom in Amerika.

Het is niet vreemd dat Multatuli de literatuur gebruikte om de maatschappij te veranderen. De literatuur had in de negentiende eeuw deze functie. Je kon goede burgers kweken door in de literatuur goede voorbeelden te geven. Vaderlandsliefde, godsdienstigheid en erbarmen met andere mensen konden ermee bevorderd worden. Er konden ook ernstige misstanden mee bestreden worden. Van Lennep zelf schreef De lotgevallen van Klaasje Zevenster, waarin hij de manier waarop meisjes in de prostitutie terecht konden komen aan de orde stelde. De sociale dominee C. van Koetsveld schreef over uitzichtloze armoede en hoe die tot misdaad leidt, bijvoorbeeld in zijn novellen Fantasie en waarheid. Ook had hij oog voor zwakzinnigen die hopeloos verwaarloosd werden. Hij stichtte de eerste `idiotenschool’ van Nederland. Een andere sociaal bewogen schrijver was J.J. Cremer. Hij schreef Fabriekskinderen, een aanklacht tegen de kinderarbeid. Nog op de grens van de negentiende en de twintigste eeuw schreef Herman Heijermans Op hoop van zegen, een aanklacht tegen de eigenaren van schepen die wrakke schepen de zee op stuurden in de hoop verzekeringsgeld op te strijken.

Max Havelaar was in 1860 een uniek boek, maar in veel opzichten sloot het toch aan bij stromingen in de toenmalige letterkunde. Het is een humoristisch boek, en daarin is het verwant met de poëzie van die tijd. Het is een sociaal bewogen boek, en daardoor behoort het bij een genre in die jaren. Het is een boek waarin allerlei genres door elkaar lopen, en waarin fictie en werkelijkheid voortdurend met elkaar in conflict zijn. Hierdoor is het ook een boek dat aansluit bij de Romantiek.

Verder lezen
Dekker's geboortehuis, Korsjespoortsteeg 20 te Amsterdam, waarin thans het Multatulimuseum is gevestigd. (Foto Fons Rademakers jr.) .
Prent bij de honderdste geboortdag van Multatuli. .
Afbeelding van Multatuli zoals hij geworden zou zijn als hij zich niet met de Indische politiek bemoeid had: dan had hij lui en met een vette buik van zijn pensioen kunnen genieten.