literatuurgeschiedenis.nl | de negentiende eeuw Literatuurgeschiedenis.nl: Max Havelaar
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Max Havelaar
Multatuli (pseudoniem Eduard Douwes Dekker), 1860

Max Havelaar is een opstandig boek. Allerlei normen en waarden die in de negentiende eeuw nog vanzelfsprekend waren, worden bespot of overboord gegooid. Zo werd er toen van een schrijver verwacht dat hij zijn lezers vaderlandsliefde bijbracht. Multatuli trok zich daar niets van aan en gaf zeer scherpe kritiek op Nederland.

Hij goot die kritiek in een bijzondere vorm. Het boek opent namelijk met de koffiehandelaar Batavus Droogstoppel. Zijn voornaam ‘Batavus’ verraadt al dat hij een echte afstammeling van de Batavieren is. Hij staat dan ook model voor allerlei typische Nederlandse eigenschappen. Droogstoppel stelt zichzelf keurig aan de lezer voor. Hij handelt in koffie — Lauriergracht nr. 37 —, is een nuchtere man die goed op de zaken past, met een liefde voor de waarheid. Hij heeft principes waar hij nooit van afwijkt. Hij verafschuwt literatuur, want nergens wordt de waarheid zó verdraaid als in romans en toneelstukken. Bovendien is hij zeer godsdienstig.

Maar het wordt al snel duidelijk dat er een grote kloof gaapt tussen het zelfbeeld van Droogstoppel en zijn werkelijke gedrag. Deze ‘waarheidlievende’ Droogstoppel is blind voor alle waarheden die hem niet goed van pas komen. Hij is rijk, maar hij wil volstrekt niet weten waar die rijkdom precies vandaan komt. Die herkomst wordt onthuld als we vervolgens lezen over de lotgevallen van Max Havelaar, ambtenaar in Nederlands-Indië. De koffie waar Droogstoppel zoveel geld aan verdient, wordt verbouwd door Javaanse arbeiders, op Javaanse gronden. Maar de Javaanse boer ziet van al die gigantische winsten geen cent terug. Hij krijgt van het koloniale regime slechts nét genoeg om niet van de honger te hoeven sterven. Havelaar wil deze uitbuiting stopzetten, maar krijgt geen medewerking van zijn meerderen.

Droogstoppel heeft vele principes, maar het lot van de Javaan en de strijd van Havelaar interesseren hem niet. Want de Javaan is geen blanke christen. En dus moet deze ‘heiden’ zelfs blij zijn als hij zich dood werkt onder het juk van de gelovige Nederlander. Wie weet verdient de ‘heiden’ met deze ‘zegenrijke’ arbeid nog wel een plaats in de hemel, zo redeneert de koffiehandelaar. Net als het vaderland, komt ook de christen er in Max Havelaar bepaald niet goed vanaf. En zo’n openlijke en vooral ook scherpe kritiek op het geloof was in de negentiende eeuw ongekend.

In het slot van het boek neemt Multatuli zelf de pen op. Hij stuurt zijn fictieve personages naar huis en onthult aan de lezer de bedoelingen van zijn boek. Het fragment opent met de ‘moord’ van de schrijver op Batavus Droogstoppel.
Halt, ellendig produkt van vuile geldzucht en godslasterlyke femelary! Ik heb u geschapen... ge zyt opgegroeid tot een monster onder myn pen... ik walg van myn eigen maaksel: stik in koffi en verdwyn!

Ja, ik, Multatuli “die veel gedragen heb” neem de pen op!

[...]

Ja, ik zal gelezen worden!

Als dit doel bereikt is, zal ik tevreden zyn. Want het was me niet te doen om goed te schrijven... ik wilde zóó schryven dat het gehoord werd. En, even als iemand die roept: “houdt den dief! “ zich weinig bekommert over den styl zyner geïmproviseerde toespraak aan ’t publiek, is ’t ook my geheel om ’t even hoe men de wyze zal beoordelen waarop ik myn “houdt den dief” heb uitgeschreeuwd.

“Het boek is bont... er is geen geleidelykheid in... jacht op effekt... de styl is slecht....de schryver is onbedreven... geen talent... geen methode..”

Goed, goed, alles goed! Maar... de Javaan wordt mishandeld!

Multatuli kwam niet alleen in opstand tegen de morele orde. Een schrijver die de illusie van de romanwereld zomaar ophief, en zijn eigen creatie (Droogstoppel) genadeloos in de koffie liet stikken, was nogal vooruitstrevend. In die tijd trokken schrijvers vaak een ernstig en fatsoenlijk gezicht tegenover hun lezers. Multatuli staat in dit slot voor ons met opgerolde hemdsmouwen en gebalde vuisten. Dat was in Nederland niet eerder vertoond.

Zijn taal moest sprankelen, leven, alsof er iemand vanaf het papier sprak tegen de lezer. Zijn teksten hebben daarom altijd een suggestie van losheid, alsof alles in één keer op het papier is gezet. Geen wonder dus dat hij zó kwistig gebruik gemaakt van de gedachtepuntjes ....

Ook dat was opstand. Taal was volgens hem een natuurlijk iets. En alle voorschriften waren onnatuurlijke uitvindingen van verdorde schoolmeesters. Alles wat leeft was volgens hem grillig, weerbarstig en heeft ruimte nodig om te kunnen groeien. In een beroemde uitspraak vatte hij zijn streven naar een natuurlijke schrijfstijl als volgt samen:

‘Ik leg me toe op 't schryven van levend hollandsch. Maar ik heb schoolgegaan.’

Nederland werd in de negentiende eeuw bevolkt door dominees, schoolmeesters en handelaren. Multatuli kreeg in één keer ruzie met hen allemaal.

Verder lezen
Multatuli in Brussel, schrijvend aan de Max Havelaar .
Omslag van Multatuli, Max Havelaar, eerste druk, 1860
Collectie UB Amsterdam.