literatuurgeschiedenis.nl printen
J.F. Helmers: een verzetsheld
Pagina met de ingreep van de Franse censuur en daaronder de toevoeging van de familie.

In De Hollandsche Natie bejubelt J.F. Helmers het verleden van Nederland. In 1812, toen dit boek uitkwam, was Nederland ingelijfd bij Frankrijk. Helmers hamert erop, dat de Nederlanders zich nooit hebben laten knechten. Met name in de zestiende en zeventiende eeuw eeuw, toen de Nederlanders in opstand kwamen tegen Spanje en vervolgens een vooraanstaande Republiek stichtten, toonden ze ware heldenmoed. De dichter raakt in een verbeeldingsroes en schetst dat hij een paradijs betreedt waar de zeventiende-eeuwse helden bij elkaar zijn. Maar ze zijn in rouw over het hedendaagse Nederland. Vondel treedt uit die kring naar voren en doet een voorspelling: Nederland zal weer herrijzen, de welvaart terugkomen, en het land gezuiverd worden van het ongedierte. Als de dichter terug is op aarde, wil hij de aansporing van Vondel opnemen. Het is duidelijk dat Helmers niets liever zou willen dan een nieuwe opstand van Nederland, nu tegen het machtige Frankrijk.

De Franse censuur verbood dit gedicht niet, hoewel het alleen maar gelezen kan worden als een oproep tot verzet. Wel moest Helmers het aanpassen. De passage over het ongedierte moest eruit. Bovendien moest er een noot bij de tekst gevoegd worden. Het gaat om de zin:

“Ja, de afgemartelde aard’ schept adem, en ’t heelal,
Herkent weêr Nederland, gelouterd door zijn val.”

Vondel voorspelt in deze regels dat het land dat zo gemarteld is, zichzelf weer zal gaan herkennen, en beter eruit zal komen na de onderdrukking. De Franse overheid eiste de volgende noot:

`Ja ons ongelukkig Vaderland, zal door deszelfs val gelouterd, herrijzen, eene nieuwe bestemming valt aan hetzelve te beurt en de zon door Vondel voorspeldt is opgegaan van het steeds merkwaardig ogenblik af hetwelk ons Lot met dat van het Fransche Rijk heeft verbonden’.

Hierin wordt dus de Franse tijd als de betere toekomst voorgesteld. De erfgenamen van Helmers, die inmiddels overleden was, zetten echter onder deze noot nog een toevoeging, namelijk:

Waarde zielsvriendin!
`Deze Nota is na het overlijden van den Schrijver, op last van de Generale Directie over den Boekhandel te Parijs, geplaatst’.

Daarmee was het voor iedereen duidelijk dat de toevoeging niet van Helmers kwam. Maar ook die toevoeging van de familie werd verboden.