literatuurgeschiedenis.nl | de twintigste/eenentwintigste eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Hans Lodeizen
Naarden 1924 - Lausanne 1950

De jonggestorven dichter Hans Lodeizen was de oudste zoon van de directeur van Wm.Müller & Co, een grote Rotterdamse rederij. Hij leefde in weelde en was, omdat hij alles kon krijgen wat zijn hartje begeerde, in de ogen van zijn omgeving een zondagskind. Zelf wist hij beter. Sinds zijn tweede levensjaar leed hij aan astma, een ziekte die voor een groot deel zijn jeugd bepaalde. Zowel op school als thuis moest met zijn zwakke gezondheid rekening worden gehouden en bovendien was hij niet in staat met vriendjes op straat te spelen. Hij leidde een terugtrokken bestaan en zocht bezigheden dicht bij zijn ouderlijk huis. Bij mooi weer bestudeerde hij mieren in de tuin en bij slecht weer verslond hij boeken uit de grote bibliotheek van zijn vader.

Tijdens zijn puberteitsjaren groeide Hans Lodeizen over zijn astma heen, maar hij voelde zich desondanks nog steeds ongelukkig. Hij ontdekte dat hij op jongens viel en worstelde met zijn erotische fantasieën, in een tijd waarin daarover nauwelijks werd gesproken en zelfs seksualiteit tussen man en vrouw voor het huwelijk taboe was. Hij wist ook dat hij zijn ontluikende seksualiteit schaamtevol voor zichzelf moest houden, wat zijn eenzaamheid versterkte. Door nog meer te lezen dan hij al deed dacht hij meer over zichzelf te weten te komen, en door gedichten te schrijven probeerde hij vat op zijn bestaan te krijgen. Zijn eerste gedichten waren traditioneel en leken op het werk van P.C. Boutens. Pas toen hij in de jaren 1946-1948 in Amerika biologie studeerde, vond hij een eigen vorm voor zijn poëzie waarmee hij generaties jonge poëzieliefhebbers wist te boeien. Opvallend is dat zijn bevrijding als dichter samenviel met zijn coming out als homoseksueel.

Een keuze uit zijn gedichten publiceerde hij in een poëziebundel, die vlak voor zijn dood in 1950 - hij stierf aan de gevolgen van leukemie - onder de titel Het innerlijk behang bij de Amsterdamse uitgever G.A. van Oorschot verscheen. De gedichten zijn sterk autobiografisch en gaan vaak over zijn verlangen naar een andere wereld, omdat hij dacht dat er voor hem als homoseksueel geen plaats in de bestaande werkelijkheid zou zijn. ‘-o – mijn vriend – deze wereld is niet de echte,’ is een bekende versregel van Hans Lodeizen.

Met zijn verlangen naar een andere werkelijkheid past hij in de traditie van de Romantiek. Zijn grote verdienste is echter dat hij romantische thema’s verwerkte in gedichten die zelden rijm kennen en eerder ritmisch dan metrisch zijn. Poëzie moest voor hem als muziek zijn, want luisterend naar klassieke of jazzmuziek voelde hij zich boven de werkelijkheid uitstijgen. (Het is niet toevallig dat gedichten van Hans Lodeizen o.a. door Herman van Veen op muziek zijn gezet.) Vanwege deze voor de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog unieke combinatie van vorm en inhoud trok hij al vroeg de aandacht van Vijftigers als Simon Vinkenoog, waardoor Hans Lodeizen later vaak werd beschouwd als de voorloper van deze moderne naoorlogse dichtersbeweging.

Verder lezen