literatuurgeschiedenis.nl | de twintigste/eenentwintigste eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Gerard Reve
Amsterdam 1923 - Zulte 2006

Gerard Reve, die samen met Harry Mulisch en Willem Frederik Hermans wel wordt gerekend tot de ‘grote drie’ schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog, was ook buiten de literaire wereld bijzonder zichtbaar. De auteur raakte nogal eens in opspraak en gaf vaak aanleiding tot publieke debatten. Hoewel zijn literaire kwaliteiten altijd min of meer onomstreden zijn geweest, werd Reve juist om zijn thematiek en provocaties door velen verguisd en door vele anderen bewonderd.

Al eerder publiceerde Reve in literaire tijdschriften, maar zijn schrijversloopbaan begint pas echt in 1947. Dan debuteert de auteur, onder het halve pseudoniem Simon van het Reve, met De avonden. Deze roman trekt onmiddellijk de aandacht van de critici. Sommigen beschouwen het werk als noodkreet van een nieuwe generatie jongeren die er, gedesillusioneerd door de oorlog, een cynische, illusieloze blik op de wereld op na houdt. Anderen zien er een individueel, psychologisch document in.

Hoewel het boek bij de critici veel stof doet opwaaien, vindt het zijn weg naar het grote publiek aanvankelijk niet. Reve blijft de eerste vijftien jaar van zijn schrijverschap een auteur voor connaisseurs. Dat verandert als Reve in de jaren zestig met de brievenboeken Op weg naar het einde en Nader tot U kiest voor een persoonlijkere vorm van literatuur. Leven en werk van de schrijver gaan meer en meer door elkaar lopen. Vanaf dit moment romantiseert hij in zijn literaire werk zaken die hem in zijn leven overkomen; in de media (in talloze interviews, in televisie- en radio-optredens) doet hij alsof gefingeerde gebeurtenissen uit zijn boeken daadwerkelijk zijn voorgevallen. Een voorbeeld hiervan is zijn persoonlijke relatie met de koningin, die hij onder meer in De taal der liefde (1972) en Een circusjongen beschrijft (1975).

Dan blijkt zijn eerdere werk ook al autobiografische trekken te hebben. Er is een verband tussen Reves ‘egoliteratuur’ en zijn eerdere werk. Zo zijn er duidelijke overeenkomsten tussen de herinneringen die Reve in zijn brievenboeken ophaalt aan zijn jeugd, en de belevenissen van Frits van Egters en Elmer, de hoofdpersonen uit respectievelijk De avonden en Werther Nieland.

Vanaf de jaren zestig weet Reve de weg naar de televisiecamera’s te vinden, en de televisiecamera’s weten hem te vinden. Reve is een aantal jaar vast panellid van het populaire satirische tv-programma Zo is het toevallig ook nog 'ns een keer. In 1969 laat de schrijver zich in een anderhalf durend, live uitgezonden tv-programma in de Allerheiligste Hartkerk huldigen voor het winnen van de P.C. Hooftprijs. De uitzending zorgt voor rumoer: de openlijke eredienst voor Reve, waarbij onder meer de Zangeres Zonder Naam en een goochelaar optreden, schiet velen in het verkeerde keelgat. Niet in de laatste plaats omdat het geheel zich in een kerk afspeelt; veel katholieken zijn diep verontwaardigd. In 1974 is er dan nog de campy De Grote Gerard Reve Show, uitgezonden door de NOS. De schrijver-voor-kenners is inmiddels Bekende Nederlander geworden.

Reves karakter, standpunten en gevoel voor provocatie hebben Nederland niet onberoerd gelaten. Vanaf het moment dat hij zich nadrukkelijk in de openbaarheid begeeft, is de schrijver het middelpunt van discussies over (onder meer) zijn toetreding tot de katholieke kerk, zijn vermeend racisme, godslastering, commercialiteit en fantasieën over seksuele handelingen met (soms minderjarige) jongens. Passages in ‘Brief aan mijn bank’ en Nader Tot U vormen de aanleiding voor het zogenoemde Ezelproces, waarin Reve zich verdedigt tegen de beschuldiging van smalende godslastering. De gewraakte tekst in ‘Brief aan mijn bank’ luidt:

Als God zich opnieuw in de Levende Stof gevangen geeft, zal Hij als Ezel terugkeren, hoogstens in staat een paar lettergrepen te formuleren, miskend en verguisd en geranseld, maar ik zal Hem begrijpen en meteen met Hem naar bed gaan, maar ik doe zwachtels om Zijn hoefjes, dat ik niet te veel schrammen krijg als Hij spartelt bij het klaarkomen.

Reve zou uiteindelijk, in hoger beroep, volledig worden vrijgesproken. Een andere kwestie is een masturbatiescène in het verhaal Melancholia, waarvoor Reve in de jaren vijftig een reisbeurs werd ontzegd. Een optreden op een poëziefestival in Kortrijk in 1975 zorgt ervoor dat Reve wordt beticht van racisme. Reve, gehuld in zwart overhemd en omhangen met onder meer een hakenkruis en een hamer en sikkel, draagt daar het gedicht ‘Voor Eigen Erf’ voor.

Onze kassiers op de wegen beroofd,
Aan ouden van dagen op klaarlichte dag hun beursje met spaargeld ontrukt,
Onze roomblanke dochters onteerd,
Waarheen, mijn vaderland?

O, Nederland, ontwaak, gooi al dat zwarte tuig eruit!
Ons land voor ons!
Op naar de blanke macht!

Deze regels lijken weinig aan duidelijkheid over te laten. Iedere provocatie van Reve gaat echter gepaard met een flinke dosis ironie. Over zijn vermeend racisme schrijft Reve in een brief aan Simon Carmiggelt:

Zoals je weet, is door de beschuldiging van ‘racisme’, enkele jaren geleden aan mijn adres geuit, de verkoop van mijn boeken verveelvoudigd. Ik ben niet enkelvoudig genoeg van geest, en ook veel te intelligent, om een racist te zijn, maar die beschuldiging, en het lukratieve effekt ervan, hebben mij aan het denken gezet. Ik behoef maar een of andere persoon sprekend in te voeren, die zich laatdunkend over allerlei inferieure kokosnotenplukkers uitlaat en voor de eer van ‘onze meisjes en jonge vrouwen’ opkomt, en het Geld vloeit mij toe.

Reve heeft een groot oeuvre achtergelaten, dat niet alleen bestaat uit novellen, romans en korte verhalen, maar ook uit persoonlijke correspondentie en poëzie. Thema’s die in zijn hele werk een rol spelen, zijn onder meer een romantisch verlangen naar het ‘andere’, het achtervolgd worden door het verleden, en de dwang om door het schrijven orde aan te brengen in een als chaotisch ervaren werkelijkheid. Liefde, religie en (de angst voor) de dood spelen ook een belangrijke rol. In het gedicht ‘Scheppend Kunstenaar’ (1973) geeft Reve misschien wel de bondigste samenvatting van zijn thematiek.

Scheppend Kunstenaar
Naarmate ik ouder word,
wordt, wat ik schrijf, hoewel fraaier verwoord,
steeds enkelvoudiger van inhoud:
liefde (of geen liefde),
en ouder worden,
en dan de Dood.
Verder lezen
Gerard Reve. Foto: Chris van Houts