literatuurgeschiedenis.nl | de twintigste/eenentwintigste eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    

De moderne wereld bleek een chaotisch en ongrijpbaar geheel. Aan de schrijvers de taak om in ieder geval op papier een eenheid te smeden van de brokken. We kijken mee met de gedachten van de hoofdpersoon - vaak een twijfelaar.

Een dolgedraaide wereld: modernisme in het proza
Aan het begin van de eeuw staat nog vast waar het lot ons naartoe zal voeren.

‘De zware, grijze lucht bleef wegen over de wereld’. Met die sombere woorden opent De vlaschaard van de Vlaming Stijn Streuvels uit 1907. Op dezelfde eerste pagina treffen we nog de woorden mist, regen, woestenij, eentonigheid, dofheid, duisternis, nattigheid, verveling en doelloosheid aan. Daarmee is de toon wel gezet. De roman gaat over de Vlaamse vlasteelt, over de strijd tussen vader en zoon en het verzet van de mens tegen zijn lot en tegen de oerdriften waardoor hij geleid wordt. De mens ontsnapt net zomin aan zijn lot als de wereld aan de grijze lucht die erboven hangt.

Stijn Streuvels zette, net als zijn landgenoot Cyriel Buysse, in zijn werk de traditie van het naturalisme voort. Hun niets verbloemend realisme werd door lezers nogal eens als shockerend ervaren, maar, zo vonden de auteurs, er is geen reden om ‘achteruit te schrikken voor de waarheid’ (Buysse). Maar in de loop van de eerste decennia van de twintigste eeuw sleten de scherpe kantjes er geleidelijk aan af. In de familieromans die daarna verschenen is het duistere pessimisme van voorheen afgezwakt tot een lichte melancholie, die een happy end niet in de weg stond. Terwijl het grote publiek deze romans zeer waardeerde, gingen critici zich er steeds feller tegen afzetten. Op een gegeven moment raakte voor dit soort werk de term ‘damesproza’ in zwang, en dat was niet als compliment bedoeld: ‘damesproza’ had de naam truttig en overdreven gedetailleerd te zijn en bol te staan van de (‘vrouwelijke’) psychologisering. De term kon zowel slaan op de - meestal vrouwelijke - auteurs, als op hun personages: dat waren over het algemeen ook vrouwen, geportretteerd in hun huiselijke kring.

In zekere zin kan Carry van Bruggens Eva uit 1927 ook tot het ‘damesproza’ worden gerekend. Ook daar immers een zich ontwikkelende jonge vrouw als hoofdpersoon, die uitstijgt boven haar milieu. Toch markeert juist de roman van Van Bruggen een radicale breuk in de Nederlandse literatuurgeschiedenis: het begin van het modernisme.

Meestal plaatsen we modernistische literatuur tussen 1910 en 1940. Het gaat dus om literatuur uit een roerige periode. Een periode waarin ontwikkelingen die in de 19e eeuw waren ingezet, zoals democratisering en industrialisatie, een hoge vlucht namen. De steden groeiden snel. Maar er waren ook politieke onrust, economische crises, een eerste wereldoorlog en de dreiging van een tweede. Het gist en broeit in de Westerse wereld en intellectuelen proberen vat te krijgen op de duizelingwekkende ontwikkelingen.

Daardoor is de moderne mens een twijfelaar geworden, net als Carry van Bruggens personage Eva. Die twijfelende hoofdpersoon is een eerste kenmerk van het modernisme. Neem Ducroo, de hoofdpersoon in Het land van herkomst (1935) van Du Perron. Wanneer hij in 1933 en 1934 in Parijs getuige is van de straatgevechten communisten en fascisten, raakt hij ervan doordongen dat de waanzin nabij is en dat hij een (politieke) keuze moet maken.

Maar typerend voor de roman en typerend voor het modernisme in de literatuur is dat Ducroo de grootst mogelijke aarzeling heeft bij het maken van dergelijke keuzes. De modernistische auteur observeert en analyseert, maar hij is erg terughoudend waar het aankomt op het doorhakken van knopen of het ondernemen van concrete actie. De modernistische auteur is een individualist, geen partijganger. Expliciet politiek engagement is daarom voor hem geen optie. Hij heeft een tweeslachtige houding tegenover zijn tijd, en dat uit zich vooral daarin dat hij van veel positieve ontwikkelingen de schaduwzijde ziet. Zo hebben veel modernistische auteurs erop gewezen dat de technologische vooruitgang tegelijk mechanisering en bureaucratie in de hand werkt.

Door die snelle ontwikkelingen, en door het wegvallen van de oude religieuze en maatschappelijke zekerheden doet de werkelijkheid zich meer dan ooit als onbegrijpelijk voor. De vraag is of we de wereld wel helemaal kunnen kennen, en of de taal wel toereikend is om haar te beschrijven. De romans gaan ook vaak over die vraag, en in plaats van een vertelling neigen ze soms naar de verhandeling. Naast verzonnen verhalen zie je dan ook veel brieven, dagboeken en essays verschijnen. Er wordt gebroken met het traditionele realisme. Er wordt in modernistische romans veel gedacht en weinig gehandeld. De handeling wordt eerder bepaald door inner events (gedachten, emoties, inzichten) dan door spectaculaire avonturen.

Dat is het tweede kenmerk van het modernisme: het gaat niet meer om het zo waarheidsgetrouw mogelijk weergeven van gebeurtenissen en handelingen, maar om het innerlijk leven van de personages. En dat dat innerlijk leven op een heel directe manier getoond wordt, met behulp van de zogenaamde stream-of-consciousness-techniek. Deze nieuwe techniek, in het Nederlands ook wel ‘bewustzijnsstroom’ genoemd, is een van de meest opvallende vernieuwingen van het modernisme. In plaats van de objectieve waarheid ging het om de subjectieve beleving van de werkelijkheid.

Een derde aspect van het modernisme heeft ook te maken met de onkenbare werkelijkheid. Die werd als zo chaotisch ervaren, dat sommige schrijvers probeerden in hun teksten een tegenwicht te bieden. Het streven van de modernistische schrijver is er dan op gericht de brokstukken van de dolgedraaide werkelijkheid in de roman tot een denkbeeldige eenheid om te smeden.

Verder lezen
Ierse fuseliers in de loopgraven bij de slag aan de Somme in de Eerste Wereldoorlog. De Eerste Wereldoorlog had een grote invloed op de literatuuropvatting van de modernisten. Alle ontwikkelingen in de wereld en de daarmee gepaard gaande onzekerheden en verwarring leidden tot twijfel en de onkenbaarheid van de werkelijkheid als belangrijke elementen in de modernistische literatuur.