literatuurgeschiedenis.nl printen
Postmoderne strijd in Vlaanderen

Elke generatie kent individuen die de bestaande orde op wil schudden. De beproefde methode daartoe is het openen van de aanval op degenen die de touwtjes in handen hebben en ze van domheid, machtswellust of blinde vlekken te betichten. Grote kans dat zulke vadermoorden ervoor zorgen dat de schijnwerpers op de nieuwlichters zelf komen te staan. Ook de Nederlandse literatuurgeschiedenis kent voorbeelden van dit ruwe scenario (denk aan de Tachtigers en de Vijftigers), met als meest recente voorbeeld de postmoderne revolte in de Vlaamse poëzie eind jaren tachtig, met als cruciale figuur was daarbij Dirk van Bastelaere (Sint-Niklaas 1960).

Wie het woord neemt, dringt zijn ideeën aan anderen op, en daarom is de strijd om aandacht, ook in de poëzie, verbale oorlogsvoering (polemiek). Volgens Van Bastelaere vervullen literaire tijdschriften daarbij de functie van ‘oorlogsmachines’. Samen met dichter Erik Spinoy (1960) en essayist Erwin Jans (1963), die hij zijn ‘partners in crime’ noemde, vocht hij vanuit bladen als Yang en Freespace Nieuwzuid voor de acceptatie van een nieuw soort poëzie, die moest breken met wat tot dan toe in Vlaanderen gangbaar was. Hij deed dit in stevige, van filosofie doortrokken artikelen, gericht tegen steeds nieuwe tegenstanders.

Zo verzette Van Bastelaere zich tegen de vertegenwoordigers van poëzie die hij ‘kleinburgerlijk’ vond: gericht op goede smaak, herkenbare emoties en klein geluk. Volgens hem moet poëzie veel ambitieuzer zijn, de bestaande orde willen openbreken en ons desoriënteren in plaats van geruststellen. Vergelijkbaar was zijn verwijt aan de succesvolle dichter en romancier Tom Lanoye (Sint-Niklaas 1958), die de media altijd goed wist te bespelen. In 2003 werd Lanoye aangesteld als eerste stadsdichter van Antwerpen, een openbare functie waarbij poëzie zich richt op een groot publiek. Volgens Van Bastelaere is dat niet de juiste koers: het levert de poëzie uit aan de machthebbers, de media en de commercie. In plaats van daarin mee te gaan en te redden wat er te redden valt (zoals Lanoye beoogt), ziet Van Bastelaere een andere taak voor de dichter weggelegd: zijn poëzie moet de laatste plaats zijn waar nog weerstand wordt geboden aan de ideeën die de consumptiemaatschappij ons elke dag opgedringt. Poëzie staat bij hem vrijwillig aan de zijlijn en waakt daar over de taal, zodat die in staat blijft wezenlijke ervaringen te benoemen.

Zijn giftigste pijlen richtte Van Bastelaere op Peter Verhelst (Brugge 1962), bekend van zijn ‘verhalenbordeel’ Tongkat (1999) maar ook actief als toneelschrijver en dichter. Van Bastelaere en Verhelst werden vanaf hun debuten (respectievelijk in 1984 en 1987) vaak in één adem genoemd als voorhoede van een ‘postmoderne’ dichtersgeneratie in Vlaanderen. Hoewel hun literaire werk verwant is in beider fascinatie voor terreur, geweld en ondergang, verschilt de manier waarop ze zich opstellen buiten hun werk. Verhelst houdt zich als ware kluizenaar ver van elke literaire strijd, maar Van Bastelaere betrok hem daar toch in door Verhelst te verwijten de gruwel in zijn werk te mooi en te verlekkerend te evoceren. Daarmee zou Verhelst zich – hetzelfde verwijt als aan Lanoye – niet genoeg tegen de sensatiezuchtige beeldcultuur van de massamedia verzetten.

Met zijn scherpe eenzijdige aanvallen heeft Dirk van Bastelaere evenveel weerzin als bewondering gewekt. Als een echte polemist probeert hij af te dwingen vóór of tégen hem te kiezen, en die positie te verantwoorden. Zijn Vlaamse tijdgenoten zijn daar nauwelijks serieus op ingegaan, en werken vooral stug door aan hun eigen werk. Toch is er wat veranderd in de Vlaamse poëzie. Een nieuwe generatie Vlaamse dichters die eind jaren negentig arriveerde lijkt Van Bastelaeres werk te beschouwen als een feit, zonder zich druk te maken om literaire oorlogsvoering. Misschien is dat juist hun verzet tegen de voorgaande generatie. Over wat poëzie is, kan of moet zijn, zullen dichters het niet gauw eens worden, maar die vragen blijven proberen te beantwoorden door het schrijven van gedichten.

Verder lezen