literatuurgeschiedenis.nl printen
Vlaams Toneel

‘Daar dit geen realistisch stuk is, zeker geen realistisch decor.’ Met die woorden instrueerde Hugo Claus de toekomstige regisseurs van zijn stuk Een bruid in de morgen uit 1953. Niet alleen het decor, ook belichting, muziek en kleding van de personages werden door Claus voorgeschreven. Dat illustreert dat Claus een échte toneelschrijver was, met gevoel voor meer dan de tekst alleen. Hij regisseerde ook regelmatig zijn eigen stukken, en kwam zelfs dicht bij het oprichten van een eigen gezelschap.

De rest van de regie-instructies bij Een bruid in de morgen wijzen erop dat in dit stuk de wereld van illusieloze jongeren met die van bekrompen ouderen wordt gecontrasteerd. De dochter in het stuk, Andrea, heeft ‘zwart, kortgeknipt haar’ en: ‘Rookt veel. Latente hysterie’. Haar moeder daarentegen ‘heeft zichzelf zolang het harnas der beheersing, de kalme berekening opgelegd dat het een tweede natuur geworden is’. Net als in het Nederlandse proza van de jaren vijftig wordt ook hier een ontluisterde, cynische generatie jongeren neergezet, tegenover het burgerlijke en katholieke milieu van de ouders. Dat illusieloze proza en toneel van die tijd zou je in verband kunnen brengen met de Tweede Wereldoorlog, die aan iedere rooskleurige visie op de mensheid wreed een einde had gemaakt.

Met thema’s als zelfmoord, incest, wreedheid en collaboratie was het werk van Hugo Claus bepaald niet zoetsappig, en hij brak heel wat wat heilige Vlaamse huisjes af. Voor het ‘kwetsen van de eerbaarheid’ in een later stuk, Masscheroen, zou Claus in 1968 zelfs gevangenisstraf krijgen. Hij liet in Masscheroen drie naakte mannen de Heilige Drievuldigheid uitbeelden. Het stuk werd in eerste instantie vertoond op een experimenteel festival, waar het publiek overigens nauwelijks geshockeerd was. Dat het gerechtshof wel reageerde met een veroordeling, was in feite precies de reactie waar Claus’ provocatie van godsdienstige en seksuele taboes op aan stuurde. De schrijver verklaarde het jaar daarop in een interview dat hij geen expliciet geëngageerde literatuur wilde maken, maar wel de vinger op de wonde leggen, op ‘het slaafse, het laffe, en het corrupte van het dagelijks leven hier’.

Met het succes van Claus’ stukken werd het begin ingeluid van een sterke Vlaamse theatertraditie, die vanaf de jaren tachtig ook internationaal voet aan de grond krijgt. Gezelschappen als Stan en Jan Fabre treden wereldwijd op, regisseurs als Luk Perceval en Ivo van Hove maken furore in binnen- en buitenland. Misschien komt het door de gunstige financiële voorwaarden (dank zij subsidieregelingen van de overheid) dat Vlaamse romanciers, veel meer dan in Nederland, ook toneel schrijven: Peter Verhelst, Geertrui Daem, David van Reybrouck of Bart Moeyaert zijn maar enkelen van hen.

Net als hun grote voorganger Claus bewerken deze nieuwe toneelmakers de klassieken en leggen daarin openlijk verbanden met actuele kwesties. In de Vlaamse literatuur en het Vlaamse theater van nu speelt ‘sociaal-politiek bewustzijn’ een grotere rol dan in het Nederlandse.

De band tussen de wereld van schrijvers en die van regisseurs en acteurs leidde bijvoorbeeld tot een succesvolle productie als Ten Oorlog!, Tom Lanoyes bewerking uit 1997 van Shakespeares War of the Roses-stukken. Lanoye kaart in zijn romans en toneelstukken maatschappelijke misstanden aan. Hij spreidt daarbij hetzelfde gevoel voor het absurde, ontsporende en wrede tentoon als Claus. Het grote verschil is dat, terwijl Hugo Claus nooit rechtstreeks ‘geëngageerd’ wilde zijn, Lanoye dat expliciet wel is, met zijn verzet tegen het Vlaams Blok en tegen bijvoorbeeld discriminatie van homoseksuelen.

Dat neemt niet weg dat ze beiden de wereld een spiegel voorhouden door in hun groteske toneelstukken en romans de absurditeit van die wereld te laten zien. Realistisch werk maken Claus en Lanoye geen van beiden, maar bij allebei is er wel een sterke band met de Vlaamse politieke en morele realiteit.

Meer hierover