literatuurgeschiedenis.nl | de gouden eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Katharina Boudewyns - een overtuigde katholiek
Brussel ca 1520 - ? na 1603

In de zestiende-eeuwse discussies over geloofskeuze namen zowel katholieken als protestanten vaak zeer radicale standpunten in. Alle partijen gebruikten literaire middelen, zoals strijdbare liederen, om de publieke opinie voor zich te winnen.

De West-Vlaamse Katharina Boudewyns was een voorvechtster van het rooms-katholicisme. Ze publiceerde maar één boek: Het Prieelken der Gheestelyker Wellusten (Het tuintje met religieuze genoegens, Brussel 1587). Het is een verzameling van vijfenvijftig liederen, onder andere kerstliederen, en verder een aantal dialogen en gedichten. Er is maar één bibliotheek (de Koninklijke Bibliotheek in Brussel) die dit boek heeft. Dat betekent dat de oplage waarschijnlijk goed verkocht is en bij mensen thuis terechtkwam. Juist daardoor zijn er nu nog weinig exemplaren over: boeken in particulier bezit gingen sneller kapot dan in een bibliotheek en werden verder na de dood van de eigenaar vaak weggegooid als de nabestaanden ze niet zo belangrijk vonden. Van de herdruk die Boudewyns in 1603 nog zelf verzorgde, lag lang een exemplaar in de bibliotheek van Leuven, maar dat ging verloren toen de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog die bibliotheek verwoestten.

Het werk van Boudewijns was in de loop der jaren tot stand gekomen. Ze was de weduwe van de secretaris van de Raad van Brabant, Nicolaas de Zoete. Boudewyns wilde hun drie zoons en twee dochters een goede opvoeding geven en slaagde daarin met steun van gravin Margriete van Arenberg. De zoons kwamen in de hoge ambtenarij terecht. Intussen schreef Boudewyns af en toe wat en toen haar jongste kind (Maria, geboren in 1565) volwassen was, bracht ze haar dichtverzameling naar drukker/uitgever Rutgher Velpius. Als dank voor haar steun droeg ze Het Prieelken der Gheestelyker Wellusten op aan gravin Van Arenberg.

In haar liederen en gedichten volgde Boudewyns de idealen van de contrareformatie – het offensief dat de katholieke kerk tegen de reformatie had ingezet. Ze deed haar beklag over de calvinisten, die van 1581 tot 1584 in Brussel aan de macht waren. Liederen waren het middel bij uitstek om een groot publiek te bereiken, ook degenen die niet konden lezen. Boudewyns gebruikte bovendien bekende wereldlijke melodieën die gemakkelijk meegezongen konden worden. Haar liederen waren dus contrafacten. De contrafactuurmethode was heel geschikt voor propagandaliederen, zoals ook het Wilhelmus en veel geuzenliederen bewezen.

De calvinisten verboden in Brussel onder andere de katholieke eredienst (de mis). Boudewyns was er verdrietig en gelaten onder en hield zichzelf maar haar motto voor: ‘Patientie is zo goeden kruid’ (Verdraagzaamheid is het beste middel). Zo klaagde ze:

O Heer haalt mij doch thuis,
de wereld is mij een kruis,
waar ik henen kere,
het is er al confuis.
O Heer, laat mij toch naar de hemel gaan,
de wereld is een kwelling voor me,
waar ik ook ga,
er heerst overal verwarring.

Maar ze was niet altijd passief. Strijdvaardig riep ze in sommige liederen de calvinisten op om zich weer te bekeren tot het katholieke geloof. In Een schoon liedeke van ’t Heilig Sacrament (Een mooi liedje over het Heilig Sacrament), dat gezongen wordt op de melodie van een wereldlijk lied, klinkt het fel:

Een schoon liedeke van ’t Heilig Sacrament
Op de toon: ’s Winters en ’t somers even groen
Verdoolden van Calvijn, wilt u bekeren,
die twijfelt aan ’t Heilig Sacrament!
Laat u doch de waarheid leren
en wilt niet langer zijn verblend.
Doet open de ogen van uwe ziele,
ziet hoe dat gij zijt verleid.
De duivel zal uw ziele vernielen
dat gij van ’t oud gelove scheidt.
Afgedwaalde calvinisten, bekeert u,
twijfelaars aan het Heilig Sacrament!
Laat u toch de waarheid onderwijzen
en weest niet langer verblind.
Opent de ogen van uw ziel,
begrijpt toch dat u verleid bent.
De duivel zal uw ziel kapot maken,
als u het oude geloof in de steek laat.
Loopt weg, gij tirannen, vuile geuzen,
die al onze kerken hebt geschend!
Gij hebt nu allen lange neuzen,
die God loochent in Zijn Sacrament.
Scheert u weg, tirannen, smerige geuzen,
die al onze kerken hebt vernield!
Jullie kijken nu op je neus,
die ontkennen dat God in Zijn sacrament aanwezig is.
Gij boze mensen, wilt u schromen,
dat gij God hebt geblasfemeerd.
Met valse leugenen ende dromen
hebdij uw volk verabuseerd.
Slechte mensen, wees nu maar flink bang
omdat jullie God hebben onteerd.
Met valse leugens en verzinsels
hebben jullie je mensen misleid.

Daar konden de zuidelijke calvinisten het mee doen! Hun hels bewind zal niet stand houden omdat het berust op een verkeerde uitleg van de katholieke sacramentenleer, voorspelt Boudewyns. Van de zeven ‘heilige’ momenten in het leven van een mens erkenden de calvinisten er maar twee, de doop en het avondmaal (bij de katholieken: de eucharistie).

In het avondmaal en de eucharistie wordt de laatste maaltijd van Christus met zijn leerlingen herdacht. Het wordt in de Bijbel onder andere beschreven door de evangelist Lucas (22:19-20): ‘[Christus] brak het brood, deelde het uit en zei: “Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.” Zo nam hij na de maaltijd ook de beker [met wijn], en zei: “Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.”’ Volgens het katholieke geloof werden in de eucharistie (die in elke mis gevierd werd) het brood en de wijn opnieuw in Christus’ lichaam en bloed veranderd. De protestanten dachten daar anders over, zij beschouwden brood en wijn als symbolen van lichaam en bloed van Christus. Onderling waren de verschillende protestantse richtingen het overigens niet eens over de precieze uitleg van die symboolwaarde, maar daar gaat Boudewyns niet op in. Voor haar is het katholicisme de enige goede godsdienst.

Verder lezen
De gekruisigde Christus op het titelvignet van Boudewyns’ bundel Het Prieelken der Gheestelyker Wellusten uit 1587 past bij de godsdienstige inhoud.
Het gotische lettertype op deze pagina uit Het Prieelken der Gheestelyker Wellusten werd in de zestiende en zeventiende eeuw veel gebruikt, bijvoorbeeld in het onderwijs.