literatuurgeschiedenis.nl | de gouden eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Sibylle van Griethuysen - geleerde vroomheid
Buren 1621 - Veenendaal 1699

Sibylle van Griethuysen heeft op verschillende plaatsen in Nederland gewoond. Opgevoed in het Gelderse Buren, verhuisde ze na haar huwelijk met een Friese apotheker naar het noorden. Daar woonde ze in Kollum, Appingedam en Groningen. Na het overlijden van haar man hertrouwde ze en verhuisde ze naar Veenendaal. Daar werd ze voor de tweede maal weduwe.

Toen ze in het noorden van de Republiek woonde, tijdens haar huwelijk, was Van Griethuysen literair actief. Ze had veel contacten in de kring rond de uitgever Claude Fonteyne uit Leeuwarden. Hij vroeg haar lofdichten te schrijven voor predikanten die hun poëtische werk bij hem uitgaven. Dat deed ze, maar niet in het Fries; het Nederlands was haar literaire taal. Blijkbaar had ze gevorderd onderwijs gehad want ze kon goed Latijn lezen en was thuis in de klassieke oudheid en in godsdienstige onderwerpen. Zelf was ze na haar doopsgezinde jeugd overgegaan naar de gereformeerde kerk.

Van Griethuysen had ook literaire contacten in het westen van de Republiek. Zo leidde haar reactie op een gedicht van Constantijn Huygens in 1648 tot een gedichtenwisseling. In het voorjaar was in de Duitse stad Munster eindelijk een vredesverdrag gesloten tussen de Republiek en Spanje. De Tachtigjarige Oorlog was voorbij, maar het was nog niet overal rustig. Zo waren er nog oude binnenlandse problemen tussen Groningen en de gebieden rond die stad, de Ommelanden. Stadhouder prins Willem II kwam aan het einde van de zomer naar het noorden om te bemiddelen. Zijn secretaris Huygens reisde in het gevolg mee en schreef een Latijns gedicht over de symbolische betekenis van de gebeurtenissen.

Zoals al het hele jaar was het ook die dag erg slecht weer geweest, maar ’s avonds ging eindelijk de zon schijnen. Die kwam dus als het ware in het westen op: de prins werd een symbolische zon die hoop op de vrede bracht. Van Griethuysen vertaalde Huygens’ Latijn tot het volgende gedicht:

Prognosticum Physico-Politicum
Gemaakt den 25. Augusti 1648 als tegen d’avond, na bijkans den gehelen dag langdurigen regen, de zon helder had begonnen te schijnen
Natuurkundig-politieke voorspelling, gemaakt op 25 augustus 1648, toen tegen de avond, na bijna de hele dag langdurige regen, de zon helder begon te schijnen
Dus lang kastijdt Gods toorn onz’ landen met slagregen,
en dwarlewind daartegen!
Dus lang bewimpeld, (ach!) ons vaderland verkracht
door een turbeerde macht,
o droevig Groningen!, al ’t spatie van uw landen
straalt noch een vreed’ ophanden,
en dat de hemel spaart zijn tranen dik en nat,
beduidt waarachtig wat.
Ziet aan Oranjes prins, zijn zoet’ en blijde ogen,
gedenkt wat die vermogen.
’t Plomp misslag word’ een troost, en vreed’ in zoetigheid,
door Gods hand toebereid.
Tot ’t wonder bied’ zijn gonst de avondzon uit ’t westen
oprijzende ten lesten.
Zo lang al slaat Gods woede onze gewesten met hoosbuien
en draaiende dwarrelwinden!
Zo lang is ons land al overschaduwd en verkracht
door een boze macht,
o, droevig Groningen!, alles in uw gewest
straalt toch een naderende vrede uit,
en dat de hemel zijn dikke, natte tranen terughoudt,
moet zeker iets betekenen.
Kijk naar de Prins van Oranje, met zijn lieve, blije ogen,
bedenk wat die kunnen.
Het zware ongeluk kan veranderen in een troostende, zoete vrede,
gemaakt door Gods hand.
De avondzon wil dit wonder begunstigen, die aan het eind van de dag
uit het westen tevoorschijn komt.

God regeert de wereld: de weersomstandigheden én de politieke gebeurtenissen zijn in Zijn hand. Zoals de oorlog met Spanje Gods straf was, kan Hij ook de vrede bewerkstelligen. In dit gedicht past Van Griethuysen het literaire voorschrift utile dulci toe: de les (God leidt de wereld) wordt op boeiende wijze (met verschillende voorbeelden) getoond.

Huygens’ Latijnse tekst zat ingewikkelder in elkaar en was technisch beter, maar waarschijnlijk vond de dichter dat niet erg. Hij reageerde tenminste vriendelijk op Van Griethuysens vertaling, met een antwoord op rijm. Daarin stelde hij met een toespeling op de naam Sibylle uit de klassieke oudheid (voorspelster van de waarheid) dat het nu in het noorden zeker vrede zou worden omdat de Groningse Sibylle het zei. Op de rijmklanken van dat gedicht antwoordde Van Griethuysen weer dat Huygens’ naam Constanter (de standvastige) voor een vaste koers zorgde, die Oranje zou helpen. De reeks werd gepubliceerd in de verzamelbundel Klioos kraam, waarmee de noordelijke dichters zich in 1656 presenteerden aan hun collega’s in het westen.

Van Griethuysen schreef ook enkele grotere werken, over godsdienstige onderwerpen. Ze berijmde teksten uit het bijbelboek over de profeet Jeremia (Claeg-liederen Jeremiae, 1645) en maakte een poëtische uitleg op een passage uit het Hooglied (Spreeckende schildery, 1646). In 1651 publiceerde ze met de predikant Eydelshemius een boek over de brieven van de apostel Paulus, Hemelse troost-borne (Bron van hemelse troost). Eydelshemius schreef voor dit boek prozaverhandelingen, Van Griethuysen maakte er inleidende gedichten bij.

Verder lezen
Portret van Sibylle van Griethuysen uit de bundel Hemelsche troost-borne (1651). Rondom zijn symbolen van het dichterschap afgebeeld: boeken, zwanen, lauwertakken en een lauwerkrans.