literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    

Internet is een snel uitdijend heelal. Een zoekrobot als Google overziet op het ogenblik wereldwijd ruim acht miljard pagina's. Als je tussen al die pagina's op zoek gaat naar je eigen familienaam, zul je verbaasd zijn hoeveel er inmiddels zijn gewijd aan stambomen. Overal in de wereld zijn mensen kennelijk op zoek naar hun wortels. Een enkeling meent inmiddels klaar te zijn: ‘mijn stamboom vanaf Adam’.

Geschiedschrijving in de Middeleeuwen
De geschiedenis werd opgeschreven om de eigen oorsprong te leren kennen, maar ook om partij te kiezen in actuele meningsverschillen.

Ook middeleeuwers hadden belangstelling voor hun afkomst, waarschijnlijk nog meer dan de mensen van nu. De middeleeuwse maatschappij was een aristocratie: de macht was in handen van een adellijke elite die door geboorte was bevoorrecht. Om te verantwoorden waarom juist zij voorbestemd waren om te regeren, verwezen deze edellieden naar hun aanzienlijke afkomst. In de vroege Middeleeuwen baseerden ze zich daarbij op de orale overlevering, de geschiedenis die van generatie op generatie was doorverteld.

Na de opkomst van de schriftcultuur stelde men de afstamming vaak op schrift: dat gaf extra geloofwaardigheid en prestige. Zo ontstonden in de loop van de twaalfde eeuw onder meer de genealogieën van de graven van Vlaanderen en de hertogen van Brabant. Ze werden in het Latijn geschreven door monniken die hun gegevens moeizaam bijeensprokkelden. Vooral de Brabantse dynastie kon trots zijn op haar stamboom. De hertogen stamden rechtstreeks af van Karel de Grote, die zelf trouwens Brabants bloed in de aderen zou hebben gehad. In een nog verder verleden zouden de Brabanders zelfs afstammen van de Trojanen!

Jan van Boendale, stadssecretaris in Antwerpen, schreef in de eerste helft van de veertiende eeuw zijn Brabantsche yeesten. Het is een uitvoerige geschiedenis van de Brabantse hertogen en hun voorgangers, met als grote held Karel de Grote. Boendale schreef ook over de nieuwste geschiedenis en daarbij maakte hij gebruik van wat hij her en der hoorde en las. Dat ging hem goed af: hij schreef duizenden verzen over zijn eigen tijd. Rond het midden van de vijftiende eeuw werd het werk van Boendale door anderen nog weer uitgebreid. De Brabantsche yeesten stonden goed bekend en allerlei stadskronieken pikten er graag bij aan om hun eigen lokale geschiedenis te vertellen.

Middeleeuwse kroniekschrijvers zijn het persoonlijkst als ze hun eigen tijd beschrijven. In de eerste plaats omdat ze daarover het meest weten te vertellen, maar vooral ook omdat hun teksten vol vuur zitten. Ze geven geen afstandelijke historische overzichten, maar nemen een standpunt in over politieke kwesties die de emoties beroerden. Een goed voorbeeld daarvan is Jan van Heelu die de veldslag bij Woeringen (1288) beschrijft terwijl het stof daarvan nog nauwelijks is opgetrokken. Hertog Jan I van Brabant heeft een zwaar bevochten overwinning behaald, en Heelu prijst zijn grote moed:

Noch doen, noch eer en wert vernomen
Riddere en geen, noch oec gesien,
Soe condichlike ten wige wert tien,
Alse die hertoge.

Heelu doet zijn uiterste best de Brabanders ervan te overtuigen hun hertog financieel te belonen. Ook Melis Stoke kiest partij in zijn Rijmkroniek van Holland. Hij vertelt over de moord op graaf Floris V in 1296 en de verwikkelingen die daarop volgden. Hij steunt een van de partijen in Holland, dat door interne strijd verscheurd was. De schrijver wist maar al te goed dat zijn stellingname niet zonder gevaren was:

God moet mi sire hulpen onnen,
Datmen niet an mi moet wreken
Mijn dichten ende mijn na spreken.

Auteurs als Boendale, Heelu en Stoke wilden een boodschap overbrengen. En om dat te doen maakten ze gebruik van alle literaire middelen die er waren. Hun beschrijvingen zijn beeldend, hun uitvallen retorisch. Dat de nuances daarbij wel eens wegvielen, nemen we graag op de koop toe.

Verder lezen
Het wapen van Jan III van Brabant aan het einde van Boendales Korte kroniek van Brabant, opgenomen in het Haagse handschrift van heraut Beyeren. Op het volgende blad staan onder meer opsommingen van de Karolingische en Trojaanse heersers. In dit handschrift verzamelde de heraut nog veel meer geschiedkundige teksten, zoals kronieken van Holland en Vlaanderen, een stuk over de Engelse koningen en zelfs de stamboom van Noach.
De slag bij Woeringen in een handschrift met de Brabantsche yeesten. Net als zijn collega-kroniekschrijver Jan van Heelu besteedde ook Jan van Boendale veel aandacht aan deze veldslag.
FOKKE ende SUKKE