literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    

Wat doe je als je maar met zijn tweeën bent en toch een ingewikkeld verhaal wilt spelen. Tegenwoordig is dat niet zo lastig: met een videocamera, verschillende kostuums en slimme montage wek je al gauw de indruk dat er zes of zeven acteurs in het spel zijn. Maar ook in de Middeleeuwen wisten ze hier wel raad mee: Lanseloet van Denemerken gaat over de geschiedenis van de ridder Lanseloet en de schone jonkvrouw Sanderijn. Behalve de twee hoofdpersonen, treden er nog vier andere personages op: de moeder van Lanseloet, een ridder, Reinout (de kamerheer van Lanseloet) en een boswachter. Maar omdat er nooit meer dan twee figuren tegelijk op het toneel zijn, kan het spel door twee acteurs worden opgevoerd. Je krijgt dan wel een enorme verkleedpartij, maar dat maakt het voor de toeschouwers alleen maar aantrekkelijker.

Toneel in de Middeleeuwen
Het vroegste middeleeuwse toneel is in kerken ontstaan. De abele spelen zijn de vroegste voorbeelden van ernstig wereldlijk toneel in Europa.

Maar waarom zou je een spel schrijven met zes rollen dat toch door slechts twee acteurs opgevoerd kan worden? In dit geval waarschijnlijk omdat er niet meer spelers beschikbaar waren. Het spel behoorde tot het repertoire van een beroepsgezelschap, dat uit een paar mensen bestond. Meestal waren ze wel met vier of vijf, maar soms, als er iemand ziek was of een paar dagen afwezig, was het handig om een spel achter de hand te hebben dat je met zijn tweeën kon opvoeren. Tenslotte moesten er inkomsten binnen blijven komen. Niet spelen betekende simpelweg dat er niets te eten was.

Het spel is een van de vier abele spelen, die rond 1400 in Brussel zijn opgeschreven in het handschrift-Van Hulthem en daar toen ook gespeeld zullen zijn. Ze zijn bijzonder omdat het de vier oudste bewaard gebleven serieuze wereldlijke toneelstukken zijn. Zelfs in Engeland, Frankrijk of Duitsland is er niets op dit gebied dat ouder is. Wel bestaat er ouder komisch toneel, maar daarbij gaat het dan vaak om veel kortere stukken.

Het is geen toeval dat deze spelen in Brussel gespeeld werden. Toneel was namelijk echt iets voor de stad. Doordat er in de Nederlanden zoveel steden waren, is het toneel hier al vroeg belangrijk. Toch ligt de oorsprong van het middeleeuwse toneel ergens anders: niet op straat of in kleine theatertjes, maar in de kerk. Het middeleeuwse toneel is een uitvinding van geestelijken die wel in de gaten hadden dat kerkdiensten vaak saai en onbegrijpelijk waren voor het gewone volk dat geen Latijn verstond. Als de prachtige verhalen uit de bijbel nu eens met spel uitgebeeld zouden worden, zullen ze gedacht hebben, zouden gewone mensen daar dan niet veel meer van opsteken?

Het oudste middeleeuwse toneel is geestelijk toneel en sluit nauw aan bij de verhalen die in de kerk werden verteld. Eerst waren er vooral passie- en paasspelen, waarin het lijden en de opstanding van Jezus werd uitgebeeld. Later werden ook het kerstverhaal, het leven van Maria en allerlei heiligenlevens op het toneel gebracht.

Aanvankelijk speelde men in de kerk, maar al gauw kwam er zoveel publiek op af dat het toneel naar het (kerk)plein werd verplaatst. Dit gebeurde op podia maar vaak ook op wagens die op verschillende plaatsen konden worden opgesteld. Er kwam steeds meer spektakel rond het toneel: duivels maakten veel kabaal en slingerden vuur en rook in het rond en engelen vlogen door de lucht en maakten prachtige muziek. Het publiek genoot volop van al dat kunst- en vliegwerk, al was dit misschien meer vanwege het spektakel dan vanwege de vrome boodschap.

Soms werden de verhalen aan elkaar gesmeed tot een toneelcyclus die dagen duurde. De kerk had de middelen om dit te kunnen doen. Het wereldlijke toneel, dat vooral door beroepsspelers werd opgevoerd, was veel kleiner van opzet, want wie wat wilde overhouden moest niet al te groots uitpakken.

In de late Middeleeuwen verandert er in onze streken veel op het gebied van het toneel, want behalve de kerk en de beroepsgezelschappen, gaan ook rederijkers zich er mee bezighouden. Uit hun kringen is de Elckerlijc afkomstig, een stuk dat tot ver buiten de grenzen van het Nederlandse taalgebied bekend is geworden. Ook hielden rederijkers zich bezig met andere vormen van theater. Ze zorgden tijdens processie en intochten, vaak samen met anderen, voor tableaux vivants waarin allerlei scènes werden uitgebeeld. Het waren levende beeldhouwwerken waarnaar de stedelingen vol bewondering kwamen kijken.

Verder lezen
Een opvoering van de klucht Een cluyte van Plaeyerwater op een Vlaamse kermis. Detail uit een schilderij van Pieter Balten.
Tableau vivant van Judith en Holofernes tijdens de Blijde Inkomst van Johanna van Castilië te Brussel in 1496.
FOKKE ende SUKKE