literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    

Jarenlang hebben ze in Haarlem gedacht dat hun Laurens Janszoon Coster de uitvinder van de boekdrukkunst was. Er staat dan ook een reusachtig standbeeld van hem op de Grote Markt. Zelfs koningen krijgen in Nederland maar zelden een dergelijk eerbetoon. Maar het verhaal van Coster blijkt alleen maar een mooi romantisch verzinsel, al zegt deze Coster-legende wel veel over hoe onze voorouders met de geschiedenis omgingen. In werkelijkheid is het drukken van boeken rond 1455 uitgevonden door Johannes Gutenberg in Mainz. Uit de Nederlanden is geen drukwerk bekend van vóór 1473 en het eerste boek in de Nederlandse taal verscheen pas in 1477.

Boekdrukkunst
De boekdrukkunst is rond 1455 uitgevonden door Gutenberg te Mainz. Drukkers ontpopten zich als ondernemers en opvoeders van het volk.

Al langer werden er blokboeken gedrukt, waarbij een volledige pagina uit één blok hout werd gesneden, maar het snijden van zo’n houtblok kostte veel tijd en het kon na het drukken van dat ene boek worden weggegooid. Gutenberg ontdekte hoe je uit losse loden letters een tekst kon zetten. Als je eenmaal de letters had, kon je snel een nieuwe pagina maken, en na het drukken kon je dezelfde letters opnieuw gebruiken. Gutenberg begon meteen groots: zijn eerste product was de bijbel, een monsterproject. Maar hij was niet alleen uitvinder, hij was ook een goede koopman: het drukken van boeken bleek lucratief en de nieuwe uitvinding werd snel nagevolgd. De wereld veranderde erdoor. Gutenberg is daarom door het Amerikaanse blad Time uitgeroepen tot Person of the 15th Century.

Boeken konden nu veel sneller geproduceerd worden. Terwijl je vroeger maanden nodig had om één boek over te schrijven, kon je nu in diezelfde tijd honderden gedrukte exemplaren maken. Boeken bleven duur, maar werden toch minder exclusief dan eerder het geval was.

Het duurde nog bijna twintig jaar voordat in 1473 het eerste boek in de Nederlanden werd gedrukt; Gutenberg was toen al jaren dood. De eerste teksten waren in het Latijn, maar al gauw werd er ook een Nederlandse tekst gedrukt, ook nu weer de bijbel. Twee Delftse drukkers, Jacob Jacobszoon van der Meer en Mauricius Yemantszoon, waagden zich eraan en op 10 januari 1477 verscheen de Delftse Bijbel (die trouwens alleen het Oude Testament bevatte).

De eerste drukkers in de Nederlanden zaten vooral in Hollandse steden als Delft en Gouda. Pas later werden ook op grotere schaal in het Zuiden boeken gedrukt. Al gauw nam de rol van Holland af en groeide Antwerpen uit tot het boekencentrum van de Nederlanden. Daar werd alles gedrukt waar maar belangstelling voor was.

Eerst maakte men vooral herdrukken van populaire oudere teksten, zoals Karel ende Elegast , maar meer en meer gingen drukkers zich gedragen als uitgevers. Ze verzamelden bijvoorbeeld gedichten en liedjes (zoals Jan Roulans, die het Antwerps Liedboek drukte), en ze lieten nieuwe teksten schrijven en oude herschrijven. Zo ontstond het genre van de 'prozaroman', die vaak een bewerking is van een ouder verhaal. Een paar van de bekendste teksten uit de begintijd van de boekdrukkunst zijn de Elckerlijc en Mariken van Nieumeghen .

Kennelijk waren drukkers er in het begin niet zo zeker van dat hun klanten wisten om te gaan met het nieuwe medium. In verschillende boeken wordt nadrukkelijk uitgelegd hoe en wanneer boeken gelezen moeten worden. De Goudse drukker Gerard Leeu doet dat in zijn Reynaert die vos, dat verscheen in 1479. Het verhaal over de vos was al eeuwen immens populair als verhaal om naar te luisteren. De drukker deed nu zijn best om die luisteraars tot goede lezers te maken. Niet in de laatste plaats omdat goede lezers goede klanten zijn.

Verder lezen
Laurens Janszoon Coster, afgebeeld in een zeventiende eeuws boek over de ontdekking van de boekdrukkunst. De strijd tussen voor- en tegenstanders van Coster werd in die jaren volop uitgevochten.
De Gutenbergbijbel: de tekst is gedrukt, maar de versiering in de randen is nog geschilderd, waardoor het boek sterk lijkt op een handschrift.
Drukpers zoals gebruikt door Johannes Gutenberg. Het gaat hier om een nagebouwd exemplaar.