literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Les 1: Inleiding

Middelnederlands: zo noemen we het Nederlands uit de periode van 1200 tot 1500. Driehonderd jaar is een lange tijd, en het oudste Middelnederlands uit de 13de eeuw ziet er dan ook bepaald een beetje anders uit dan het late Middelnederlands van de 15de eeuw. Maar belangrijker is dat er in die tijd nog geen overkoepelende standaardtaal bestond. Eigenlijk alleen maar de dialecten. Een standaardtaal is pas veel later ontstaan.

Dat betekent dat in Middelnederlandse teksten de woorden overal een beetje anders zijn: net zo gevarieerd als tegenwoordig in de verschillende streektalen. In Brugge schrijft men Brugs, in Gent Gents, in Limburg Limburgs en in Holland Hollands. Wat in de ene tekst een rig heet, is elders een rug. En de gracht van sommige streken wordt ergens anders dan weer een graft genoemd, en solen is hetzelfde als sullen en selen.

't Is lastig bij het opzoeken in een woordenboek, maar het went. In die tijd zelf zijn trouwens geen woordenboeken gemaakt; dat is pas later gedaan. Een Middelnederlands woordenboek bestrijkt dus niet één homogene taal, maar een hele reeks varianten. Het Middelnederlands is een verzamelterm.

Als je er even over nadenkt, is ook wel te begrijpen dat het moeilijk anders kon zijn. In de late Middeleeuwen waren het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant nog aparte staten, net als Holland, Limburg en Utrecht (zie ‘De Nederlanden in kaart’). Vanuit Vlaanderen gezien was Brabant nog buitenland, voor de mensen van Holland is Utrecht een vijandige buurstaat. Kortom: er viel taalkundig nog weinig te overkoepelen.

Het is pas later als onder de Bourgondiërs en de Oostenrijkers de Lage Landen meer en meer een eenheid gaan vormen, dat er ook behoefte komt aan een overkoepelende standaardtaal. En die ontwikkelt zich dan ook, naast en boven de dialecten.
Intussen zijn er wel trends en gewoontes. In de 13de eeuw is Brugge veruit de belangrijkste stad. Meer dan de helft van alle teksten die van voor 1300 zijn overgeleverd, komt uit Brugge. In de 14de en de 15de eeuw gaan ook de Brabantse en de Hollandse steden een partijtje meeblazen en wordt het belang van Brugge naar verhouding minder. Ook in de taal zien we dat: in de 13de eeuw geeft Brugge de toon aan; in de 14de en de 15de eeuw staat het Brabants vooraan.

Als we nu proberen iets over ‘het’ Middelnederlands te zeggen, dan is dat zoiets als een grootste gemene deler: we zullen niet ingaan op de verschillen tussen 1250 en 1490, en ook niet op de verschillen tussen het Westvlaamse Middelnederlands en het Limburgse Middelnederlands. Men moet dus niet vreemd opkijken als een en ander in een tekst net een beetje anders is.

In les 10 worden enkele boeken, cd-roms en websites genoemd voor wie meer wil weten over het Middelnederlands. Maar pas op: het meeste is geen eenvoudige kost. De beste manier om in het Middelnederlands thuis te raken is nog altijd: lees eerst een paar boeken uit die tijd. Bijvoorbeeld de Ferguut , de Karel en de Elegast . Of Reinaert de Vos , of De reis van Sint Brandaan .
Prachtige verhalen, en er bestaan uitstekende edities met goede verklarende noten. Maar bekommer u in het begin niet te veel om die noten: lees maar voort, en als het verhaal u te pakken heeft, gaat u vanzelf verder.