literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Les 2: Spelling

Wij zijn gewend aan een officiële spelling. Bijna iedereen schrijft zo. Er bestaan hier en daar minimale afwijkingen, zoals in apotheek en apoteek, en een enkeling houdt vast aan zijn pannekoeken. Maar je mag gerust zeggen dat wij tegenwoordig allemaal hetzelfde schrijven. En we vinden dat ook erg belangrijk. In een ver verleden dacht men er anders over.

Zeker in de Middeleeuwen heerste op dit punt grote vrijheid. Menig woord werd op allerlei manieren geschreven, en soms zien we op dezelfde bladzijde verschillende schrijfwijzen. Waar dan nog bijkomt, dat men in feite dialect schreef: verschillende klanken leidden ook tot verschillende manieren van schrijven.

Ook dit maakt het hanteren van een Middelnederlands woordenboek er niet eenvoudiger op. Een woord als maagd werd soms als maghet geschreven, soms als maegt, maar ook wel eens als meget, magt, maget, magd, mecht of nog weer anders.

IJzeren consequentie werd dus niet als een speciale deugd gezien. Maar belangrijker verschil tussen onze manier van spellen en die uit de Middelnederlandse tijd is dat men vroeger veel meer de klanken probeerde weer te geven dan wij doen.
Logisch, als je bedenkt dat men niet stil las zoals wij, maar half mompelend half hardop. Bijvoorbeeld: omdat de slotklank van paard als een -t- klinkt, schreef men ook dikwijls pert (part, peert, paert). De beste manier om Middelnederlands te lezen, is dan ook zoals de mensen het toen deden: hardop. Als het schriftbeeld er op het eerste gezicht erg vreemd uitziet, wordt de tekst dikwijls duidelijk bij hardop lezen.

Doordat men eerst en vooral de klanken weergeeft, kan het vaak gebeuren dat men woorden die samen uitgesproken worden, ook aaneenschrijft. In de Reinaert spreekt Tybeert bijvoorbeeld: Dats over menich jaer ghesciet. Zonder moeite herkennen we dats als ‘dat is’. Iets lastiger is al Mochtire an winnen, voor ‘Mocht hi er an winnen’. Maar ook hier geldt dat hardop lezen veel kan oplossen.

Een stapje verder gaat al de vraag van Bruun als hij bij Reinaert voor de poort staat en zegt: Sidi in huus Reynaert? Hier staat sidi voor ‘sijt gi’, wat trouwens in verschillende dialecten nog steeds zo gezegd wordt (sidi, of side). De combinatie van ende die wordt vaak tot entie; te dezen wordt tot tezen; wildet ghi 'ne wordt tot wildine, enz. enz. In de wetenschap noemt men zulke samenvoegingen ‘enclisis’.

Ten slotte is nog van belang om te weten dat men de letters had leren kennen via het Latijn. Ons alfabet is ontleend aan het Romeinse schrift. Voor het Latijn was dat alfabet perfect geschikt, maar voor het Nederlands niet echt. Met name kent het Nederlands meer klanken, zodat men letters te kort kwam. Daarom waren aanpassingen noodzakelijk.

Het Romeinse alfabet kende alleen een I (i), en pas in de loop van de tijd is men i en j gaan onderscheiden. Vooral in het vroege Middelnederlands is daar slechts één teken, en we lezen dan ook vaak iaer (‘jaar’), ionst (‘gunst’) en ionc (‘jong’). Het onderscheid tussen u en v is eveneens een latere uitbreiding van het Romeinse alfabet. Aanvankelijk schreef men ook wel uele (‘vele’), vte (‘ute: uut: uit’) en louen (‘loven’). Ook de w bestond in het Romeinse alfabet niet, zodat we in de spelling van het Middelnederlands soms uuel (‘wel’) tegenkomen, en uuater of vvater. In navolging van de Latijnse traditie werd dikwijls c voor k geschreven: ic, copen, coninc.

En voorts werd in het Latijn geen onderscheid gemaakt tussen zg. ‘lange’ en ‘korte’ klinkers, zodat ook daarvoor een oplossing gezocht moest worden. Soms gebeurde dat zoals nu door klinkerverdubbeling (groot, waar), maar vaker door er een -e- of -i- achter te plaatsen: groet (‘groot’), wair (‘waar’). In feite is onze -ie- daar nog een laatste restje van, omdat we nu wel waar, veel, groot en zuur schrijven, maar niet biit doch biet.

Jongetje, lezend in een boek. Margedecoratie in het getijdenboek van de Meester van Catharina van Kleef.