literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Les 7: Zelfstandignaamwoordgroepen

Wij zijn gewoon dat een bijvoeglijk naamwoord steeds voor het zelfstandige naamwoord staat. We zeggen dus: een mooie bloem, een oude fiets en het slechte weer. In het Middelnederlands kon dat ook, maar destijds stond het bijvoeglijke naamwoord ook dikwijls erachter, zoals in: Maria die maghet soete. Evenzo lezen we soms: hi hadde omme heme den mantel diere (‘hij had de kostelijke mantel om’), en Nu hort vanden verraders fel (‘hoort nu over de gemene verraders’).

Waren er twee bijvoeglijke naamwoorden, dan stond er soms eentje voor en eentje achter het kernwoord: Hi was een scone man ende groet, d.w.z. ‘hij was een knappe en grote man’. En: want menre wreet volc ende sterc in vant, ‘want men vond er wreed en sterk volk’. Of ze stonden allebei erachter: Beneden der woestinen lach een berch hoech ende lanc: ‘aan het einde van de woestenij lag een hoge en lange berg’. En Melis Stoke vertelt over een van de Hollandse graven: Dese Dideric goed ende wert had een wijf, heet Hildegaert: ‘deze goede en brave Diederik had een vrouw die Hildegard heette’.

De genitivus of tweede naamval kon zowel voor als achter het kernwoord staan: je had dus zowel des coninx bode en des spapen wijf, als den inghel Gods en zonder oorlof des keysers van romen (‘zonder toestemmning van de keizer van Rome’).

Ook het bezittelijke voornaamwoord kon wel achter het zelfstandige naamwoord staan: Dat seghet mi tghelove mijn (‘dat zegt mijn geloof me’) en Het sal mi seker leet sijn, nemt men die cleder mijn (‘het zal me zeker spijten, als men mijn kleren wegneemt’). (Wat betreft nemt: zie les 5).

Iets wat nu niet meer voorkomt maar destijds heel gewoon was, is een combinatie als een sijn swert, voor ‘een van zijn zwaarden’. Zo ook een zijn maech (‘een van zijn familieleden’), en Vrint, leene mi drie broet, want een mijn vrint es comen ouer mi, ende ine hebbe nit dat ic hem moghe vore leggen. Ook hier vertalen we met ‘een van mijn vrienden’. Het zal je intussen niet ontgaan zijn, dat ine in deze zin staat voor ic ne (zie les 2).

Wat ook niet meer bestaat, zijn zinnen als Philomene, des coninx wijf van Avalons, waarmee men bedoelt: ‘Philomene, de vrouw van de koning van Avalons’. Net zo opgebouwd zijn sGraven zone van Henegouwen (‘de zoon van de graaf van Henegouwen’), en Grite Arnouts dogter van Reke (‘Griet, de dochter van Arnout van Reke’).

Lezende vos. Margedecoratie in het getijdenboek van de Meester van Catharina van Kleef.