literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    

Wie een boek wil hebben gaat naar een bibliotheek of boekwinkel. En wie maar een klein gedeelte wil (of het boek te duur vindt) loopt naar een kopieerapparaat. En steeds vaker kun je teksten van het internet downloaden om van het scherm te lezen of te printen. Het is tegenwoordig een koud kunstje om de teksten te pakken te krijgen die we willen lezen. Dat was zeshonderd jaar geleden wel even anders.

Het boek als bibliotheek
In middeleeuwse handschriften staan vaak verschillende teksten: het zijn verzamelhandschriften. De bekendste zijn rond 1400 geschreven in steden als Gent, Brussel en Brugge.

Een boek werd op perkament of papier met de hand geschreven (en heet daarom een handschrift). Je kon dat laten doen, maar moest er flink voor betalen. Je kon ook zelf schrijven, maar zelfs dan was een boek kostbaar. Alleen al voor papier of perkament moest je een aardige som neertellen. Het leuke was dan wel weer dat je een boek precies zo kon laten maken als je zelf wenste. Wilde je bijvoorbeeld een boek met drie spannende ridderromans, dan liet je drie romans achter elkaar zetten. En als er dan aan het einde nog wat ruimte over was, kon er altijd nog een kort verhaaltje of een lied bijgeschreven worden. Een dergelijk boek, met verschillende teksten, noemen we een verzamelhandschrift.

Een voorbeeld is het Comburgse handschrift uit Gent. Daarin staan Vanden vos Reynaerde, de Reis van Sint Brandaan en nog heel wat andere teksten. Eigenlijk is het een klein bibliotheekje in de vorm van een boek.

Het beroemdste verzamelhandschrift is het handschrift-Van Hulthem. Het werd kort na 1400 in of vlakbij Brussel geschreven. Het is echt wat je noemt een allegaartje: een heiligenleven (de Reis van Sint Brandaan), novellen (bijvoorbeeld het mooie verhaal van Pyramus en Thisbe), liedjes, gebeden, een reisbeschrijving en, als uitsmijter, tien toneelstukken (de zogenaamde abele spelen en sotternieën). Alles bij elkaar staan er meer dan tweehonderd teksten in dit ene boek. Ze zijn allemaal genummerd, van 1 tot 221. Het abele spel van Esmoreit, is nummer 169. De titel boven de tekst luidt als volgt:

Een abel spel van esmoreit
tconincx sone van cecielien ende ene
sotternie daer na volghende . C . LXIX

Aan het einde van elke tekst heeft de kopiist genoteerd hoe lang deze is. De Esmoreit eindigt met Amen, en meteen daarna staat: 508 verzen. Ook de versregels van Reis van Sint Brandaan, die veel langer is, heeft hij geteld:

Item dit boec van sente brandaen
houdt ---------- XXIC ende XCVIII. verse

Wie dit boek heeft laten maken en met welke bedoeling is niet bekend, en evenmin is duidelijk waarom al die teksten genummerd en geteld zijn. De belangrijkste reden voor het maken van een verzamelhandschrift was waarschijnlijk de wens om over veel interessante en bruikbare teksten te beschikken. En dat een gebed naast een toneelstuk terechtkwam, deed er dan niet zoveel toe. Als je een verzamelhandschrift als een soort bibliotheek (of boekenplankje) ziet, is dat ook niet vreemd. Tenslotte staan bij veel mensen thuis ook de meest verschillende boeken op één plank. Het telefoonboek staat naast een kookboek, en daarnaast staat weer een gedichtenbundeltje, terwijl er ook nog een reisgids voor Isla Margarita op het plankje staat.

Al in de dertiende eeuw zijn er verzamelhandschriften en ook nog in de zestiende eeuw, als de boekdrukkunst allang is uitgevonden. Maar de bekendste Nederlandse verzamelhandschriften zijn rond 1400 geschreven: het Comburgse handschrift in Gent, het handschrift-Van Hulthem in Brussel, het Gruuthusehandschrift in Brugge en het Haags Liederenhandschrift. Dat er in die tijd zoveel verzamelhandschriften zijn, komt omdat korte teksten toen in de mode waren. De lange ridderroman was ouderwets geworden. En juist voor korte teksten heb je een verzamelhandschrift nodig.

Verder lezen
De beroemde kopiist en vertaler Jean Mièlot aan het werk, omringd door boeken en alles wat hij nodig heeft bij het schrijven. Meer over Mièlot en het werk van een kopiist in het scriptorium.
Een bladzijde uit het handschrift-Van Hulthem, dat kort na 1400 in Brussel of omgeving werd gemaakt. Halverwege de tweede kolom begint Tprieel van Troyen van Segher Diengotgaf.
Opschrift boven de Esmoreit in het handschrift-Van Hulthem.