literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    

Tijdens een zomerfeest kom je ze in een drukke winkelstraat wel eens tegen: vuurspuwers, acrobaten, liedjeszangers en andere artiesten. Ze voeren hun kunsten uit in de hoop dat voorbijgangers even blijven staan en wat geld in een pet gooien. Ook in de Middeleeuwen had je zulke kunstenmakers. En waarschijnlijk vertoonden ook zij hun kunsten overal waar het mogelijk was. In elk geval deden ze dat tijdens de grote hoffeesten die rond 1400 in Den Haag werden gehouden.

Literatuur rond het Hollandse hof
De Ridderzaal in Den Haag is rond 1400 het toneel voor heel wat literair verpozen, dankzij graaf Albrecht van Beyeren.

Eigenlijk stelde Den Haag in die tijd niet zo veel voor. Het was weinig meer dan een dorp tegen de duinen. Maar wel woonde de graaf van Holland er, Albrecht van Beyeren, die het breed liet hangen. De Ridderzaal, nu vooral in gebruik met Prinsjesdag, was het centrum van een bruisende hofcultuur. Tijdens feesten, bijvoorbeeld met kerst en nieuwjaar, en bij bruiloften was het een komen en gaan van belangrijke gasten. En waar veel mensen feest vierden, verschenen muzikanten en potsenmakers die op hun kop staand een liedje zongen, dansten met apen en andere capriolen konden uithalen.

Tussen dit volk duikt ook Meester Willem van Hildegaersberch op. Hij was sprookspreker van beroep, dat wil zeggen: hij trok rond om overal waar het maar kon zijn gedichten voor te dragen. Zijn boodschap was vaak heel wat serieuzer dan de bijdrage van de kunstenmakers; soms kwam hij zelfs bestraffend uit de hoek. Toch was hij een graag geziene gast aan het hof. Natuurlijk rekende hij wel op een vergoeding, zoals hij in een van zijn gedichten laat weten:

als die dichters willen voert,
Soe selmen hem een luttic gheven
Daer si voort op moghen leven
Twisschen tyden, al daer si wanderen
Vanden enen totten anderen,
Want si sel worden wel ontfaen

Willem had vele collega's die net als hij rondtrokken om met hun kunst geld te verdienen. Hij was dus zeker niet de enige, maar waarschijnlijk wel de meest succesvolle sprookspreker. Zijn werk was zo geliefd dat de graaf na het overlijden van de spreker zelfs een boek liet maken met daarin al die gedichten. Het was lang niet het enige boek dat aan het hof besteld werd en Willem van Hildegaersberch was ook niet de enige schrijver die in Den Haag emplooi vond.

Een van die schrijvers was Dirc Potter, klerk en diplomaat aan het hof. Hij werd verschillende keren op pad gestuurd en tijdens zijn langste reis kwam hij tot in Rome om zaken te regelen met de paus. Hij was onder de indruk van alles wat hij zag en hoorde in dat verre land en begon er aan zijn grootste werk: Der minnen loop. Daarin vertelt Potter allerlei liefdesgeschiedenissen om te laten zien welke liefde goed is en welke slecht. Potter is een moraalridder die bijvoorbeeld de vele homoseksuelen veroordeelt die hij in Italië had gezien. Daarbij kiest hij prachtige en smakelijke verhalen om zijn betoog toe te lichten.

Ook de hofkapelaan, Dirc van Delft, vaart in zijn preken vaak uit tegen de soms losbandige edelen en als biechtvader van graaf Albrecht heeft hij vast en zeker vaak streng geoordeeld. Dirc van Delft was een geleerde en veel van wat hij wist heeft hij opgeschreven in zijn Tafel van den kersten ghelove, een overzichtswerk over het geloof en over de wereld. Hij heeft het officieel aangeboden aan Albrecht en er is voor die gelegenheid een mooi geïllustreerd exemplaar gemaakt, waarin de vorst is afgebeeld. Of Albrecht al die geleerdheid ook begrepen heeft, weten we niet. Waarschijnlijk had hij meer belangstelling voor de meest krijgshaftige schrijver aan het hof: de heraut.

Een heraut is iemand die officiële verklaringen doet voor het hof, gasten aankondigt en precies weet wat de status van iedere edelman is. Om dat goed te kunnen, moet hij de wapens kennen van adellijke families en bekend zijn met de wapenfeiten van ridders. Ook aan het Hollandse hof was er zo’n heraut. Zijn eigenlijke naam was Claes Heynenzoon, maar iedereen noemde hem Heraut Beyeren. Deze heraut was een imponerende figuur, zo valt te zien op een afbeelding die van hem bewaard is. Hij stond waarschijnlijk zijn mannetje, als het erop aankwam.

In elk geval was hij bedreven met de pen. Hij schreef kronieken die hem goed te pas konden komen bij zijn werk vanwege de heldhaftige gebeurtenissen die erin beschreven waren. Ook had hij enkele wapenboeken, en hij maakte lofredes op overleden ridders waarin hij hun roemruchte heldendaden opsomde. Bij het horen hiervan zal graaf Albrecht genoten hebben, maar zich misschien ook hebben afgevraagd of hij zelf wel zo’n held was. En dat is precies wat de heraut wilde: de levenden een spiegel voorhouden door te vertellen over de helden van vroeger.

Verder lezen
De ridderzaal in Den Haag was rond 1400 het centrum van een kleurrijk hofleven.
De Tafel van den kersten ghelove van hofkapelaan Dirc van Delft behandelt allerlei geloofszaken. Hier zie je een blad uit het eerste exemplaar, dat aangeboden werd aan Albrecht van Beieren, de graaf van Holland. Links knielt Dirc, rechts is het familiewapen van Albrecht afgebeeld.
FOKKE ende SUKKE