literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    

Schelden doet geen zeer, hoor je nog wel eens. Maar een flinke scheldpartij kan toch hard aankomen. En een gevecht in woorden kan zo fel zijn dat de vonken er af spatten. In de zestiende eeuw, toen de leer van Luther zich snel verspreidde, werd overal in Europa een felle woordenstrijd gevoerd over diens nieuwe ideeën.

Literatuur als wapen
De reformatie begint in 1517 met Luther en bereikt ook de Nederlanden. In de literatuur wordt volop strijd geleverd tussen voor- en tegenstanders. Vooral Anna Bijns bestrijdt Luther in felle bewoordingen.

Maarten Luther had het in 1517 gewaagd om de kerk van Rome en de paus openlijk te bekritiseren. Dat was wel eerder gebeurd, bijvoorbeeld door Geert Grote en Erasmus, maar Luther deed dit met grote vasthoudendheid. Bovendien raakte Luther de kerk in het hart door zijn kritiek op de corruptie van hoog tot laag. Zelfs een plaats in de hemel was te koop, als je sommige priesters mocht geloven.

Luther maakte gebruik van de drukpers voor de verspreiding van zijn ideeën. Kort nadat zijn geschriften in het Duits waren gepubliceerd, verschenen ze ook in het Nederlands, gedrukt in Antwerpen. Nu kon ook hier het gevecht beginnen.

De felste bestrijder van de hervorming was Anna Bijns, een dichteres die haar hele leven in Antwerpen woonde en werkte. Ze was onderwijzeres en had een eigen schooltje. Maar ze kon vooral ook erg goed schrijven en deed dat in de stijl van de rederijkers. Al gauw werden haar gedichten ook gedrukt, niet in de eerste plaats vanwege hun literaire waarde, maar vooral omdat ze daarin zo fel van leer trok tegen Luther en zijn kornuiten:

Princen en princessen, als u Luters ghespuys
Wilt genaken, maect geringhe een cruys,
Geeft hem geen geloove, haer fondament is wack [...]
Luegenachtich spreken sij met twee monden,
Men soude haer bedroch niet meten met ellen.
Al dat sij soecken, is vrijheit in sonden.
Tsijn eertsce duvels, die de menschen quellen

Met Anna Bijns' gedichten had de centrale overheid weinig moeite, maar des te meer met de geschriften van iedereen die de kerk bekritiseerde. Liedjes, toneelstukken en gedichten werden uiterst kritisch bekeken en er was volop censuur. Een boek dat niet officieel was goedgekeurd, mocht niet verschijnen.

Grote problemen ontstonden rond de grote rederijkerswedstrijd te Gent in 1539. Alle steden die daar verschenen, hadden een spel geschreven op de vraag: Wat biedt de meeste troost aan een stervende mens? Dat was in die tijd een gevoelige vraag. De aanhangers van Luther en katholieke kerk verschilden precies op dit punt sterk van elkaar. De gestelde vraag was dus bewust provocerend, en datzelfde geldt voor de inhoud van verschillende spelen die in Gent werden opgevoerd. Toen ze kort daarna in druk verschenen, werden ze dan ook meteen door de overheid verboden. Wie het boek met deze spelen verkocht of in bezit had was een ketter en kon worden vervolgd en uiteindelijk op de brandstapel terechtkomen. Literatuur was niet zo onschuldig.

Verder lezen
Martin Luther, portret door Lucas Cranach de Oudere uit 1529.
Karikatuur van Anna Bijns, getekend in de letter O in een boek met haar gedichten.